Onderweg naar huis

We kwamen Stephens Pass binnengewandeld op een regenachtige dag, de avond daarvoor had ik alleen ergens gekampeerd omdat ik de andere niet had kunnen vinden. Het was dan ook al donker tegen de tijd dat ik stopte met lopen. Die dag had ik ook niet echt een doel om bij een bepaalde plek aan te komen. Mijn doel was vooral om zo dicht mogelijk bij Stephens Pass aan te komen zodat ik de dag daarna niet veel meer hoefde te lopen. En dat was aardig gelukt, ondanks dat ik die ochtend wat langzaam was en in het begin van de middag dat vooral aanhield kon ik na een tijdje wat vaart en vooral wat uren erin stoppen om een flink eind verder te komen. Het was zo’n 16 mijl naar Stephens Pass, ik wist dat ik voor kwart voor 4 in Skykomish moest zijn om daar naar het postkantoor te gaan waar ik mijn herbevoorrading naar toe had gestuurd op te halen. Ruim de tijd dus. Wat ik nog niet wist was dat het liften vanuit Stephens Pass enorm lastig was en dat er mensen uren stonden te wachten voordat ze konden vertrekken. Aangezien het regende en ik niet een volle dag had deed ik mijn snacks in de zakken van mijn heupband zodat ik onderweg niet hoefde te stoppen. En omdat ik bijna bij een dorp aankwam was mijn rugzak lekker licht waardoor ik hem tijdens het lopen half af kon doen om een fles te pakken en te kunnen drinken. Kortom het idee was gas geven en snel de regen uit en de warmte in. Het was misschien maar 16 mijl, maar wel eentje die je nog even liet zien dat de PCT in principe nooit echt makkelijk is om te wandelen. Gelukkig maar, dat is onderdeel van de uitdaging. Na twee stevige stukken bergop volgde een flinke daling om vervolgens weer een flinke klim te krijgen. Maar wat een toffe klim was dat, je kruiste om de zoveel honderd meter weer een skilift die recht omhoog ging. Even twijfelde ik nog om net als de skilift recht omhoog te gaan. Maar meestal bleven dit soort ideeën ook echt bij ideeën, want ik wilde zo veel mogelijk de trail volgen zoals hij is gemaakt. Dus ook nu volgde ik braaf de trail en kwam uiteindelijk bij de top aan waar ik naast het einde van de skilift uitkwam. Dat idee vond ik erg tof, omdat het zoals ik zei misschien niet makkelijk was om daar naar boven te lopen, maar vergeleken met hoe moeilijk dat eerder zou zijn geweest was nu mijn hartslag natuurlijk wel sneller dan wanneer ik stil zou zitten, maar waar het eerder in mijn hoofd had gebonkt bleef het nu rustig op zijn plaats. Het is lang geleden dat ik een goede conditie heb gehad en dat is toch wel erg fijn om te hebben. Aan de andere kant van de berg was de piste waar je langs liep. We zijn onderweg vaak skigebieden tegen gekomen. Vooral Noord-Californië en Washington hebben veel skigebieden en ook in Oregon zijn we er een aantal tegen gekomen. Het was vanaf nu een kwestie van de piste naar beneden volgen om aan te komen bij Stephens Pass. Stephens Pass is een ski resort en zoals andere resorts die we tegen zijn gekomen is Stephens Pass ook in de zomer gedeeltelijk open. Een café of restaurant blijft vaak het hele jaar open, de winkels en dergelijken zijn seizoensgebonden. Ik liep eerst naar de weg toe en wilde eigenlijk meteen gaan liften. Ik wist vrijwel zeker dat Chatterbox voor mij liep en dus eerder aangekomen was en zeer waarschijnlijk in het cafe zat, maar ik ging die dag een andere kant op als de rest van de groep. Er waren meerdere opties vanuit Stephens Pass. Een daarvan was Leavensworth, een bavariaans dorp, geheel in de oude duitse stijl gebouwd. In ieder geval, zo goed mogelijk. Een europees dorp zou nooit een succes worden als het volledig in de originele stijl gebouwd zou zijn. Tenminste dat denk ik. In de VS en ook in Canada is alles op de auto gebouwd en hier in Europa zijn alle steden pre auto, dus zit alles veel dichter op elkaar. Ook de grote van de auto speelt daar een rol. Dus uiteindelijk is het een soort Duits-Amerikaans dorp geworden. Een populaire plek voor mensen uit Seatle om Oktoberfest te vieren en door het jaar heen kom je er vooral veel gepensioneerde mensen tegen. Bradwurst, schnitzel en pretsels in overvloed. Daarnaast heb je Skykomish, waar in principe niets te beleven is. Er is een supermarkt een postkantoor en een populatie van maar liefst 150 mensen. En dan als laatste heb je de Dinsmores, de Dinsmores zijn trailangels een stukje verder rijden vanuit Skykomish. En dat was na Skykomish mijn bestemming, want hier had ik mijn oude spullen naar toe gestuurd. Op dag drie had ik namelijk mijn tas vervangen en mijn tent, die waren voor mij te zwaar en te groot. Ook had ik nog een heel aantal andere materialen naar de Dinsmores gestuurd, met het idee om daar te kijken wat ik er mee kon doen. Ik dacht dat het een goed idee was omdat ik het vanuit daar dan eventueel naar Vancouver zou kunnen sturen zodat ik het daar weer op kon halen en mee kon nemen in het vliegtuig. Waarom niet meteen naar Vancouver? Postkantoren houden spullen maximaal 2 maanden achter. Dus, een probleem in dit plan was dat de Dinsmores te dicht bij Vancouver was, waardoor de verzendtijd of heel krap of te laat zou zijn. Maar voordat we daar aankomen was ik nog in Stephens Pass en toen ik bij de weg aankwam zag ik daar Trigger, Stitches en Jodeler staan, semi depressief, Trigger leunde tegen een lantaarnpaal, Stitches zat op een betonnen blok en staarde wat voor zich uit en Jodeler keek naar het einde van de weg wachtend op de volgende auto. Ik heb nog niet eerder over hun geschreven, maar toch zijn het hikers die ik vaak tegen ben gekomen en ook vaak mee heb gekampeerd. Dit geld voor meerdere hikers waarmee ik onderweg veel heb rondgehangen. Ik heb nooit over ze geschreven omdat je zo ontzettend veel mensen ontmoet en ik de verhalen niet wilde overladen met namen. Vind je dat leuk dan zou ik de Silmarillion adviseren. Toen ik aan kwam lopen was het me dus al vrij snel duidelijk dat het liften hier nog weinig succes had opgeleverd, aan de andere kant van de weg stonden nog 4 andere hikers die de andere kant op aan het liften waren. De zelfde blik was in hun ogen te vinden. En inderdaad Trigger vertelde dat ze daar al een uurtje of twee stonden. Ik besloot niet meteen te gaan liften, ik had nog zo’n 3 uur voordat het postkantoor zou sluiten en als het moest kon ik altijd nog de volgende ochtend mijn weg daarnaartoe zien te vinden. Ik sluit me in principe nooit aan bij anderen als ze aan het liften zijn, het verminderd naar mijn idee de kansen met hoe meer je bent. Soms is het beter om te wachten tot dat zij weg zijn zodat je zelf daarna aan de beurt bent. Dus ging ik naar het café waar inderdaad Chatterbox koffie zat te drinken en een broodje aan het eten was. Normaal laat ik mijn tas buiten staan, maar daar regende het te hard voor. Gelukkig waren ze daar voorbereid op hikers en hadden ze een plek waar je je tas kon dumpen en een kappenstok bij de verwarming. Mijn hongerigheid viel mee, dus ik besloot een kop koffie te gaan drinken om zo snel mogelijk weer langs de weg te kunnen staan. Ik had helaas vanuit het café geen zicht op de weg dus zou na de koffie ergens moeten gaan zitten dat ik de mensen kon zien liften en wanneer ze weg waren mijn plek te claimen. De koffie warmde mij goed op en ondertussen probeerde ik naar huis te bellen. Wederom een slechte verbinding maar goed, ik had in ieder geval weer even kunnen laten weten waar ik was. En maar goed ook want ik wist niet dat het volgende en daarmee laatste dorp geen verbinding zou hebben. Halverwege mijn kop koffie kwam er een vrouw binnen gelopen. Ze vroeg aan mensen of ze een lift nodig hadden naar de Dinsmores. Ik zei dat ik zeer graag een lift zou willen hebben, maar dat er ook mensen aan de kant van de weg stonden die er naar mijn idee meer recht op hadden. Daar was ze al langs gereden en die mensen waren al weg, dus ik had met enorm veel geluk een lift naar de Dinsmores, ik had gezegd dat ik graag in Skykomish mijn pakket op wilde halen en dat was geen probleem. Ze moest alleen even naar haar man toe die aan de overkant van de straat aan het werken was. Daar gingen we heen en ik hielp hem wat boomstammen op de pick-up te gooien om vervolgens in de auto te stappen. Ik werd direct begroet door een zeer enthousiaste hond die ongeveer de hele rit rondjes door de auto aan het springen was. De vrouw die me op had gehaald hielp de Dinsmores aangezien die ouder aan het worden waren. Ik bedoel dat ze al redelijk op leeftijd waren, want buiten Benjamin Button wordt iedereen natuurlijk ouder. Aangekomen bij de Dinsmores waren er een aantal hikers die zich daar al hadden gesitueerd. Geen bekende gezichten deze keer. Het was bijna een hostel hoe het was ingericht, je kon er douchen de was doen, er waren 4 stapelbedden een tv, wat gitaren, banken enz. Wat een toffe plek en wat professioneel opgezet. Ook hier was het duidelijk dat de PCT stukken populairder was geworden, de Dinsmores zelf lieten zich weinig zien, het was hun wat teveel geworden, ze hadden daar dagen waar er 25+ mensen rondliepen. En dat was een aantal jaren geleden toch wel heel wat anders. Ook eerder bij Casa de Luna en Hiker Heaven was dit duidelijk een probleem. De trailangels willen graag trailangels blijven, maar het is gewoon te veel werk. Ik vraag me af hoe lang de PCT dit soort plekken nog heeft. Voor mij was het er in ieder geval nog wel. En samen met de andere hikers hadden we die avond een filmavondje gehouden. Met wat popcorn en wat frisdrank zaten we tot verrassend laat films te kijken. Verrassend laat is voor hikers tot een uur of 12. De volgende ochtend maakten we pannenkoeken en was er een hiker die de trail vorig jaar had gelopen die koffie had gezet. Goede sterke koffie, waar ik erg van genoot, tot aan de laatste slok. Hij had er niet bij verteld dat het cowboystijl koffie was. Zonder filter de koffie in het water gooien als een soort oploskoffie. Iets wat ze ook in Ethiopie doen, maar daar maken ze de koffie enorm fijn zodat je geen residu hebt in de bodem van je kop. Door deze onaangename verrassing ging ik bijna over mijn nek. Wakker was ik in ieder geval wel. Ik was klaar om te gaan liften, maar eerst bleef ik nog even rondhangen om te zien hoe een aantal hikers de appelboom leeg gingen halen. Het idee was dat er iemand de boom in klom en de takken ging schudden en de anderen zouden de appels verzamelen. De zeer enthousiaste hond vond de appels ook zeer interessant, dus je moest ze oprapen voordat de hond ze te pakken had. Nou hadden we ook de hond gewoon aan de lijn kunnen doen, maarja, dat is natuurlijk minder leuk. Het was tijd om te gaan liften. Ik had me voorbereid op een moeilijke lift en verwachte pas later die middag in Leavensworth te zijn waar de rest direct naar toe was gegaan. Met mijn herbevoorrade rugzak en een grote doos waar mijn oude tas en tent in zat ging ik langs de kant van de weg staan. En binnen 5 minuten stopte er iemand. Hij was eigenlijk de andere kant op aan het rijden, dus ik vroeg me af waarom hij stopte. Hij zei dat hij thuis de hond af moest zetten en dat hij me daarna zou brengen waar ik maar wilde. Wederom enorm veel geluk met het liften, hier kon ik wel aan wennen. En zo reden we eerst naar zijn huis om de hond af te zetten. Onderweg vertelde hij me waarom hij me op had gepikt. Eerder stond hij zelf namelijk op precies die plek. Zonder succes, hij had daar zo’n 10 uur staan wachten om uiteindelijk zijn vrouw op te bellen zodat die hem op kon halen. Hij wilde zeker weten dat mij dit niet zou overkomen. Vaak zijn de mensen die je oppikken mensen die zelf ook hebben gelift. Het is ook een soort ongeschreven regel dat wanneer je lift je andere lifters in principe wanneer je kunt oppikt. In Nederland heb ik maar 1 keer lifters opgepikt, maar dat waren dan ook de enige die ik ooit tegen ben gekomen. Bij hem thuis stond ik buiten even te wachten tot hij de hond naar binnen had gebracht. Ik keek een beetje rond in de tuin en zag ineens een tuinkabouter boven in de boom met zijn handen voor zijn ogen. Het leek erop alsof hij op de uitkijk was voor indringers, maar waarom had hij zijn handen voor zijn ogen. Toen dacht ik aan horen, zien, zwijgen. En nadat ik de andere bomen had onderzocht kwam ik inderdaad een kabouter tegen met zijn handen voor zijn mond en eentje met zijn handen voor zijn oren. Ik vroeg Sam erna (ik noem de man even Sam, ben zijn naam kwijt :S), maar het was eigenlijk gewoon iets heel erg willekeurigs. Na een paar kilometer gingen we even koffie drinken. Het was een drive thru stand aan de kant van de weg. Ook hier weer hadden ze een Bigfoot bord, iets wat je meer tegen komt in dit gebied. “Beware for the Bigfoot” was erop geschreven. En ik dacht even terug aan Kathy, ieamand waar ik in het begin veel mee heb gelopen en die helaas was gestopt met de trail. Zij was er heilig van overtuigd dat Bigfoot bestond. Ik dacht eerst dat het een grap was, maar dat nadat ze nogal geïrriteerd keek toen ik moest lachen was het wel duidelijk dat het serieus was. En geloof het of niet, zo ben ik nog een stuk of 3 anderen tegen gekomen. Dit gebied waar we nu doorheen liepen was het epicentrum van de bigfoot waarnemingen, iets waar natuurlijk gretig gebruik van wordt gemaakt door de toeristische attracties in de buurt. Bewapend met een kop koffie gingen we de rest van de rit door. Ook Sam had het idee de trail te gaan doen, maar wel graag in gedeeltes. Dus hadden we het de hele rit over de trail en uiteindelijk kwamen we op een redelijk goede aanpak van hoe je het op zou kunnen delen. Even voor de duidelijkheid, Sam hoefde helemaal niet in Leavensworth te zijn of iets anders die richting op. Hij bracht mij zo’n anderhalf uur rijden naar een plek waarna hij weer anderhalf uur terug kon rijden. Hoe tof is dat. Aangekomen in Leavensworth zocht ik de anderen op, we hadden die dag een Zerodag dus geen hiken. Iedereen was daar wel aan toe, zeker de regen had daar een grote rol in gespeeld. Na een dag te besteden in dit Bavariaanse dorp waar ook Trigger, Stitches en Jodeler waren was het weer tijd om te vertrekken. De wolken hadden plaats gemaakt voor de zon en zo gingen we vol energie weer op pad. Richting Stehekin, het laatste dorp voor de grens. Het was zelfs zo’n mooi weer dat ik hier en daar weer eens kon gaan zwemmen. Dit gedeelte van de tocht liep ik veel met Hangman, maar ook veel alleen. Ik nam veel tijd om te reflecteren, luisterde weinig muziek en weinig naar podcasts. De tijd vloog voorbij en het goede weer gaf een enorme boost waardoor alles weer lekker makkelijk leek. Ook kon ik weer slapen zonder mijn tent op te zetten. Iets wat eigenlijk mijn doel was om dat vol te houden van Ashland tot aan Canada. Helaas niet gelukt door het weer, maar wel zo veel mogelijk gedaan. Er waren twee nachten waarbij ik wakker werd door de regen en ik mijn tent midden in de nacht op moest zetten. Slapen zonder tent vind ik zelf een van de fijnste dingen om te doen. Als je s’nachts naar de wc moet dan is het makkelijk om op te staan en in de ochtend schoof ik mijn tas achter mijn rug en kon ik in mijn slaapzak blijven zitten om te ontbijten. Het inpakken van mijn spullen duurde hiermee ook maar 5 minuten. Stehekin was een zeer klein dorp waar je alleen met een bus in kon komen. De bus stopte eerst bij een bakker en reed daarna verder het dorp in. Hier kon je gratis kamperen er was een winkeltje en een restaurant. Maar de bakker was toch echt wel het hoogtepunt, want zelfs al was je niet zo hongerig als de gemiddelde hiker dan was dit echt een goede bakker en nog eens goed geprijst ook. Het kaneelbroodje en de soort gevulde koek waren dan ook al snel weggewerkt. Er waren redelijk wat hikers in Stehekin en je kon aan iedereen merken dat we dicht bij het eind waren. Het was gezellig, maar hier en daar viel er een lange stilte waarin iedereen diep in gedachten was verzonken. Het eind van de tocht is zeker niet iets waar iedereen naar vooruit kijkt. Voor mij was het erg dubbel. Ik was er klaar voor om naar huis te gaan, maar ik wist ook wel dat ik de trail erg zou gaan missen. Het is een leven dat je achterlaat. Het is niet te vergelijken met terug komen van een vakantie. Ik zou bijvoorbeeld Chatterbox zeer waarschijnlijk nooit meer zien, van Teton wist ik dat ik hem nog wel zou zien, maar niet zoals nu. Ik heb 2200 mijl gelopen met Teton. Niet altijd samen gekampeerd en soms ook elkaar een aantal dagen niet meer gezien. Maar dat ik het zo lang met hem vol heb gehouden en hij ook met mij wil wel zeggen dat we een sterke band hebben opgebouwd. De band verdwijnt niet ineens, maar je zult elkaar nog maar weinig zien na de rand.  Ook het leven op de trail zelf is erg simpel. Je hebt enkel wat je op je rug draagt, dat is je huis. Thuis raak ik vaak dingen kwijt, maar op de trail gebeurde dat maar 1 keer. Als je iets kwijtraakt was dat namelijk meteen een erg groot probleem, want niets dat je draagt is loos gewicht. Alles heeft een functie. Toch was ik enthousiast, het dubbele gevoel neigde bij mij meer naar de kant van plezier zien in het finishen. Voor mij is dit zeker de grootste uitdaging die ik ooit aan ben gegaan en ik had wel zin om deze uitdaging dan ook in zijn volledigheid te behalen. Ik had ook weer zin om thuis te zijn. Nog 80 mijl te gaan…

14322412_730337342636_4430830064323351052_n

14433138_730335980366_3150950814962302677_n

Tussen de giganten

Goedemorgen schoonheid – Mount Hood

Ik had een dag eerder besloten wat minder te lopen dan de rest, ik was ondertussen te diep in mijn boek verzonken dat ik er gedurende de dag veel tijd aan had besteed om wat verder te komen in het verhaal. Daardoor had ik niet genoeg tijd om de 24 mijl te doen die de rest van plan was. De afgelopen tijd loop ik regelmatig een stukje voor de groep of een stukje achter de groep. Het is prettig om de tijd voor jezelf te hebben, alles op je eigen tempo te doen en nog altijd de mogelijkheid te hebben om je weer makkelijk aan de groep toe te voegen. Ik wist dat de volgende dag een 22 mijl wandeling zou zijn en dat het voor mij geen probleem zou zijn om daar een 26 mijl wandeling van te maken zodat ik de rest in kon halen. Die 26 mijl bleken iets zwaarder te zijn dan verwacht, het eind van de dag was een flinke klim in los zand. Vrij laat kwam ik aan bij de plek waar een grote groep hikers zich had gevestigd voor die avond. Ik nam niet de moeite de rest te vinden, dus sliep een stukje verderop. Ik had zicht op Mount Hood, maar het was te donker om haar goed te kunnen zien. De volgende ochtend daarentegen liet de zon zich net naast Mount Hood zien en straalde met een gouden bijna tastbare gloed over de hellingen van de berg. De gloed werd versterkt door de laag sneeuw die nog meer dan de helft van de berg bedekte en het opstuivende zand dat door de wind voort werd gedragen vanuit de lagere niet besneeuwde gedeelten van de berg. Mount Hood maakte zichzelf zo ontzettend uitnodigend om te beklimmen. De trail draait vooral om de bergen heen en gaat vrijwel niet naar de top ervan, wat vaak erg tof is want je ziet de berg van alle mogelijke zijden. Soms zou het toch wel erg fijn zijn om er een keer overheen te gaan. Daarentegen is het maar goed ook dat het dat niet doet, de hoeveelheid extra materialen en kennis die je daarvoor nodig zou hebben bezit ik niet. Ik hield nog altijd vol zonder tent op te zetten te slapen en zeker deze ochtend had ik daar wederom geen spijt van. Ik had mezelf langs een omgevallen boomstam genesteld en kon vanuit mijn slaapzak half leunend op deze boomstam genieten van het uitzicht terwijl ik wat koffie klaarmaakte en mijn ontbijt weg werkte. Een ochtend die de rest van de dag zeer makkelijk maakt, de eerste mijlen voelden amper als wandelen, de uitzichten waren vanaf die ochtend weer uitgestrekt. We hadden de groene tunnel officieel verlaten.

Een brug tussen groen en groener

Oregon was me voorbij geschoten voordat ik het in de gaten had, ondanks dat het terrein lang niet zo makkelijk was dan dat eerdere hikers je lieten denken. Ja het was weinig klimmen en dalen en ja de rotsige stukken trail die je eerder had bewandeld vereisten meer concentratie. In Oregon hoefde je maar op weinige plaatsen echt op te letten waar je je volgende stap zou zetten. Maar het was zanderig en zand in je schoenen zorgt voor veel wrijving en warmte die je niet wil hebben. Dus regelmatig pauzes nemen en je schoenen uitschudden was zeker een goed idee. Buiten dat was Oregon velen malen mooier dan we van te voren hadden gehoord. Je hebt iets wat ze de Oregon Challenge noemen, 32 mijl per dag om binnen 14 dagen door Oregon heen te wandelen. Iets wat een redelijke hoeveelheid mensen probeerden te behalen. Het idee is dat Oregon niet zo uitzichtrijk is als de andere gedeelten van de trail. In het begin van Oregon was dit zeker waar, maar dat gold enkel voor zo’n 100 mijl en Oregon bestaat toch echt uit 450 mijl PCT. De rest van Oregon kronkelt zich door vulkaanachtig gebied. Beginnend bij Crater Lake, door het gebied rondom Sisters om vervolgens verder te lopen langs mount Hood en telkens weer voor een aantal mijl terug te duiken in dikke mosachtige bossen. Wat mij betreft was Oregon een van mijn favoriete gedeelten van de trail tot dusver. Bijna dagelijks kwamen we voorbij een meer waarin we konden zwemmen en onze sokken konden wassen en voor de lunch hoefde je niet ver te zoeken voor een plek met een prachtig uitzicht. De rotsen zijn scherp en zwart, heel wat anders als het lijmsteen gebied waar we daarvoor doorheen waren gekomen waar alles veel meer aangetast wordt door de erosie van de regen en daardoor rond en zacht oogt. Toch was ik enthousiast toen we na een tijd Oregon aankwamen bij the Bridge of the Gods, de brug tussen Oregon en Washington waar je de Columbia rivier oversteekt en daarmee de staatsgrens doorkruist. Het bewandelen van de brug is een interessante ervaring. Het is gemaakt van staal waardoor je naar beneden kunt kijken en de boten onder je door kunt zien gaan. Er was weinig ruimte voor wandelaars aangezien de enige wandelaars PCT hikers zijn. Het volgende dorp is niet bepaald op loopafstand (loopafstand is een vreemde term is geworden tijdens deze reis). En dan ben je in Washington. De laatste staat. Nog 500 mijl te gaan tot aan Canada. 500 mijl, het lijkt een enorme hoeveelheid, maar wanneer ik erover na begon te denken was het niet zo gek veel meer. de 450 mijl van Oregon hadden we binnen 17 dagen bewandeld en we hebben nergens echt grote wandel dagen gedaan. We beginnen meestal rond 8 uur met wandelen (wat zich ondertussen langzamerhand naar 9 uur heeft verplaatst) en zijn rond 7 uur klaar met wandelen. Dat is samen met alle pauzes en vooral de grote lunchpauze die we vaak doen helemaal niet zo’n lange dag en geeft nog altijd veel ruimte voor lezen of zwemmen of andere activiteiten. Washington zou wel moeilijker moeten zijn, maar ik verwacht dat we nog altijd vrij gemakkelijk 25 mijl per dag gemiddeld aan kunnen houden. Dat zou betekenen dat we binnen 20 dagen wandelen zouden kunnen finishen. 20 dagen is niet zo veel vergeleken met wat we al achter ons hebben liggen. Je merkt het ook in de gesprekken die er nu worden gevoerd, het gaat veel minder om wat er nog komen gaat. Het is nu veel meer reflecterend, maar ook veel over wat na de trail? Een vraag die voor vele mensen ondanks dat ze al zoveel afstand hebben afgelegd en zoveel tijd hebben gehad om er over na te denken nog altijd vrij onduidelijk is. Ik denk dat dat niet zo vreemd is. Het is moeilijk om over iets na te denken dat zo vreemd lijkt vanuit het perspectief van je dagelijkse leven als een wandelaar. Hier is tijd in overvloed en in het ‘reguliere leven’ lijkt de tijd zich vele malen sneller voort te zetten. Het enige dat je hier moet doen is lopen en dat is enkel omdat je op een gegeven moment geen voedsel meer in je tas hebt zitten. Ik heb eerder niet heel veel druk gevoeld om te finishen, ik begon de trail met de gedachten dat te doen, maar hoe verder ik in de trail kwam hoe meer ik er vrede mee zou hebben mocht ik niet finishen. Nu daarentegen is dat weer teruggekeerd, niet op een manier waarop ik het gevoel heb dat ik er zo snel mogelijk moet zijn, maar meer omdat ik nu al zover ben gewandeld dat ik het nu erg vervelend zou vinden mocht ik om de een of andere reden het niet halen. Dat is trouwens een manier van denken die ik vooral bij Europeanen terug zie en minder bij Amerikanen. Vaak wordt er aan je gevraagd of je een thru hiker bent (iemand die de volledige trail bewandeld in hetzelfde jaar). Hierop antwoorden meer Amerikanen met: “Ja”, en Europeanen meer met: “Nog niet”.
De brug overgestoken liepen we zo’n 5 mijl om daar Chatterbox tegen te komen die zijn kampeerspullen al had klaargelegd. Het was half 5 wat normaal wat vroeg is om te kamperen, maar het kampvuur en een vrolijke groep hikers waren te aantrekkelijk om zomaar te verlaten. In die 5 mijl wandelen was het al meteen duidelijk dat je jezelf in een andere staat bevind wat natuur betreft hebben ze een duidelijke lijn getrokken tussen de staten, want in Washington is alles bedekt met mos. De grond heeft een dikke laag mos over zich heen, de rosten zijn gedeeltelijk bedekt met mos en aan de bomen hangen lange slierten mos. En met dat kwam meteen de verwachting van regen, veel regen. Een verwachting die al vrij snel realiteit werd.

Het Lemmet

Mount Reineer is de grootste berg van Washington, het is vaak gehuld in wolken. Maar ik had geluk, de dag dat ik over the Knifes Edge wandelde, een alternatieve route dat je naar de top van een van de bergen leide in plaats van er langs af te gaan. Vanuit the Knifes Edge had je zicht op Mount Reineer, Mount Addams en Mount Saint Hellens. Alle drie zijn het vulkanen. Mount Saint Hellens had geen top meer, die was ergens in de jaren negentig eraf geblazen, een gebeurtenis die veel mensen zich hier maar al te goed herinneren. En ik herinner me de berg vooral van mijn vorige bezoek aan de VS en hoe we een aantal uren door vlak liggende bomen reden. Hele bossen had het geveld, bomen neerslaand alsof er een enorme bulldozer doorheen was gewalst. Wanneer je ziet wat er vanaf is geblazen is het haast onwerkelijk om je jezelf voor te stellen met hoeveel kracht zo’n evenement gebeurd. The Knifes Edge was zoals je je wellicht kan voorstellen een enorm smal pad met een afgrond aan beide zeiden. Niet bepaald een pad waar je alla latidadida doorheen kunt huppelen. De stenen waren vlak en opgestapeld dus gleden alle kanten op. Het koste me veel meer tijd dan verwacht om erover heen te klimmen. Maar wat een uitzicht.

Druppels

Het eerste dorp dat we tegen kwamen in Washington was Throut Lake, een klein dorp dat 600 bewoners telde. Throut Lake was wellicht een van de meest hiker vriendelijke dorpen die we tot dusver tegen waren gekomen. Eenmaal bij de weg aangekomen stond er een auto klaar om ons naar het dorp te brengen. In de achterbak had onze chauffeur een bankstel geplaatst waar we op konden zitten terwijl hij ons richting Throut Lake bracht. Een kronkelende langzaam dalende weg die ons een prachtig uitzicht op Mount Addams leverde. Deze lift bracht ons naar het centrum van het dorp. Een centrum bestaand uit een winkel, een restaurant en een tankstation. Er liep niemand over straat, niemand behalve wat andere hikers. Het dorp stond blijkbaar bekend om zijn hoeveelheid bessen die ze jaarlijks verzamelen in de bossen. Bessen waar ook wij onderweg zeer veel van genieten. Tijdens het lopen kun je ze langs het pad zo van de struiken plukken. Tot zover heb ik vooral veel bessen gegeten, maar ook af en toe een wilde aardbei of een bes die ze de zalmbes of de gouden bes noemen. Een van de dagen liepen we met de groep samen en besloten we na een klein stukje wandelen in de ochtend om in de struiken te gaan zitten en om je heen alle bessen die je kon vinden op te peuzelen. Zo’n voedingsrijke omgeving hebben we nog niet eerder meegemaakt. De woestijn was natuurlijk zo droog als wat, de Sierra’s waren volledig bedekt met sneeuw en in Noord Californië zit je in het gebied dat ze de noorderlijke woestijn noemen, dus ook hier was niet veel te vinden. We gebruiken vaak de bessen om in het ontbijt te mixen, maar dit dorp was wel heel goed in het gebruik van bessen. Milkshakes, muffins, limonade en vele andere lekkernijen werden geserveerd. Ik was vooral geïnteresseerd in de milkshake en die stelde me niet teleur. Na een halve dag in het dorp te hebben besteed vertrokken we weer richting de trail. De tweede dag terug op de trail begon het, de regen. Iets waar we het vaak over hadden gehad hoeveel geluk we hebben gehad dat we zo weinig regen hadden ervaren. En nu dat het dan zover was kon je merken dat we er niet op voorbereid waren. Slaapzakken waren doorweekt, tenten zaten vol met modder en je slaapkleren hadden ook een zekere hoeveelheid vocht aangetrokken. Het was vooral een fout in het gebruik van je spullen en hoe je je rugzak inpakt. Gelukkig kwamen we na 2 dagen wandelen aan bij een hut waar we alles uit konden hangen en vanwaar ik die middag weer droog op pad kon gaan. Het regende nog buiten, maar nu was ik erop voorbereid. Gelukkig maar, want het bleek uiteindelijk de langste dag wandelen te worden die ik op de trail heb gehad. Niet lang in tijd maar vooral in afstand. Ik had na een uur een waterpunt gemist die vrij belangrijk was, het volgende water was 11,5 mijl verder. Een afstand die ik ondertussen vrij makkelijk zonder water kan afleggen, maar het was de bedoeling ergens binnen die afstand te kamperen. Iets wat ik nu dus niet kon doen, daar had ik toch echt water voor nodig. En natuurlijk had ik eerder kunnen stoppen aangezien het regende kon ik water opvangen vanuit de bladeren, maar dit kost veel tijd en het was niet echt iets waar ik zin in had, liever liep ik verder naar het volgende beekje. Er was echter weinig kamperen vanuit dat beekje, ik vulde mijn waterflessen en liep verder. De eerst volgende kampeermogelijkheid kwam ik tegen rond 9 uur s’avonds. Helaas, bezet en te klein om ernaast op te zetten liep ik wederom verder. Gelukkig rond half 10 en 33 mijl wandelen verder kwam ik dan eindelijk bij een goede plek aan. Ik zette mijn tent op en kroop in mijn slaapzak. Het leek aanvankelijk een goede plek om te kamperen, maar ik denk dat mijn mening over goede kampeerplekken al stevig aangetast was door de lengte van de dag. Het was namelijk een van de slechtste kampeerplekken die ik had gehad. Het was er enorm winderig en het was net op een plek waar de wolken zich graag settelen. Hierdoor kruip al het vocht in alle plekken die het kan vinden. Het is veel beter wanneer het regent, want dan klettert het enkel op je tent, maar als je in een wolk kampeert kun je er niets tegen doen. Alles is binnen een zeer korte tijd erg vochtig. Samen met de wind zorgde dat ervoor dat ik niet in slaap kon vallen. Het was te koud. Maar alles heeft een eind en zo ook die nacht. Ik liep ondertussen een aardig stuk vooruit op de andere en besloot dit tot het volgende dorp aan te houden door die dag 25 mijl te lopen om 2,5 mijl van het dorp verwijderd te zijn voor de volgende dag zodat ik binnen een uurtje in het dorp kon zijn voor ontbijt. Omdat ik zo weinig had geslapen was het een zware dag, maar aangezien ik deze keer wel de moeite had genomen om een goede kampeerplek tussen de bomen te vinden in een vallei viel ik om 6 uur s’avonds al in slaap om niet wakker te worden voor 4 uur s’nachts en vervolgens weer in slaap te vallen tot half 6 s’ochtends. Ik deed die ochtend geen moeite om mezelf in mijn natte kleren te werken en liep in mijn slaapkleren en mijn jas het dorp in om misschien wel het beste ontbijt van de trail weg te werken.

Ik ben ondertussen in Snoqualmie in Washington, de plek van het geweldige ontbijt. Het is niet echt een dorp, het is meer een ski resort. Gebouwd in de Oosterijkse stijl die hier veel wordt aangehouden heeft het een goede hoeveelheid charme. Met nog 250 mijl te gaan zijn we halverwege Washington.

Het uploaden van foto’s was helaas niet mogelijk vanwege internetsnelheid…

Terug naar de kern

En plots zit je daar, daar waar The Shining is gefilmd, in ieder geval de scenes die zich buiten het hotel bevinden. Het tapijt ligt in een ander hotel. Samen met een heel aantal andere stinkende hikers hebben we ons hier verzameld om deze avond pizza te eten en morgen voor het ontbijt buffet. Vooral het ontbijt buffet is zeer aantrekkelijk. Buffet staat gelijk aan zoveel eten als je wilt en geen hiker kan dit weerstaan. We hebben geluk met de plekken die we tot zover tegen zijn gekomen langs de trail. Vaak niet meer dan een halve kilometer wandelen en je bent bij een resort. Een resort klinkt zeer sjiek, maar dat valt reuze mee. Waar we nu zijn (timerline lodge) is het zeker wat sjieker dan gemiddeld. Over het algemeen betekend resort niet meer dan een oase. Een plek in het midden van niets waar je wat te eten kunt scoren. Nog 2 dagen en we zijn door Oregon. Nog steeds zo’n ontzettend vreemde gedachte. Langzamerhand begint het einde in zicht te komen. Het duurt wellicht nog een maand voordat het zover is maar het is al voelbaar. Je merkt het onder de hikers, niemand die hier nog is denkt ook maar een beetje aan stoppen en misschien volgend jaar verder gaan. Nee we zijn op het punt aangekomen waarop terugkeren of stoppen geen optie meer is. Niet vanwege de sociale druk die je wellicht op het begin voelt mocht je binnen 2 weken al de trail verlaten.  Waarbij je naar je gevoel hebt gefaald en je denkt dat de mensen om je heen dat zelfde idee hebben. Ik ben het daar niet mee eens, maar het duurde op zijn minst 1200 mijl om daar achter te komen. Haal je het niet verder dan 50 mijl, who cares, je hebt het geprobeerd, het is niet je ding, tijd voor wat anders. Maar op dit punt in de trail, leunend tegen de laatste 500 mijl willen we allemaal doorzetten. Er moet iets ernstigs gebeuren willen de mensen om me heen het niet halen. Over mensen om me heen gesproken ik loop nog altijd met Teton, Baby, Hangman en Yann. Verder zijn we ondertussen verdronken in de bubbel. Een uitspraak hier dat betekend dat je onderdeel bent geworden van de kern van de pct hikers. Het is druk op de trail. Het is enorm druk, vooral als je het vergelijkt met de sierras waar wij als een van de eersten doorheen zijn gebanjerd en er vrijwel niemand  om ons heen was. Zitten we nu met zo’n 30 man in het hotel. We overnachten hier niet, onze tent is 5 minuten wandelen en dat scheelt waarschijnlijk een paar honderd dollar met hier in het hotel overnachten. Het prachtige hotel, grotendeels van hout, maar met een stenen haard in het midden en vele gangen die leiden naar kamers die eruit zien alsof ze honderden jaren geleden zijn ingericht. En toch is mijn eigen slaapzak vele malen aantrekkelijker. Hoe verder je wandeld hoe minder je nodig hebt, dat is een uitspraak die vele hikers gebruiken die al meer dan deze trail hebben gelopen. En daar ben ik het zeker mee eens. Nu nog draag ik van alles dat ik niet nodig heb. Van alles bestaat in deze zin nog niet eens uit een halve kilo aan materiaal. Maar elke halve kilo die je niet gebruikt is te veel.  Vandaag heb ik een heel stuk gelopen zonder een pauze te nemen. Het was om van het ene waterpunt naar het volgende te komen. Iets waarvan ik had verwacht dat het op zijn minst een pauze nodig had. Uiteindelijk bleek dat het een makkelijke wandeling was en ik zonder pauze op de plaats van bestemming kon komen. Een wandeling van zo’n 4 uur met veel bergop wat normaal gesproken veel energie vergt en waarbij je veel zweet dus veel moet drinken. Maar vandaag ging het allemaal zo ontzettend makkelijk en dronk ik pas weer toen ik aankwam bij het volgende water. Dat betekende dat ik 2 liter water voor niets had gedragen.  2 kilo extra om de berg op te sjouwen, onderweg overwoog ik een aantal keer om mijn flessen water leeg te gieten, maar ik had het water dat ik droeg gefilterd en dat kost tijd. Ik had geen zin om nogmaals deze hoeveelheid tijd te besteden aan het filteren van water. Uiteindelijk dronk ik bij het volgende waterpunt het water dat ik had gedragen. Dit heeft overigens niets te maken met luiheid. Ik denk en weet vrijwel zeker dat deze gedachtengang onderdeel is van elke thru hiker (zo worden de hikers genoemd die proberen de volledige trail te lopen) we zijn allemaal gereduseerd naar onze basis behoeften. Ik denk dat de trail een enorm goed perspectief geeft op wat onze basisbehoeften zijn, want alles dat je draagt en niet gebruikt heb je blijkbaar niet nodig en behoord dus automatisch niet in je basisbehoeften. Nou is dit niet honderd procent waar, ik draag bijvoorbeeld nog altijd een regenjas, iets dat ik al maanden niet heb gebruikt, maar toch is het onderdeel van mijn basis. Tot dusver heb ik enkel geluk gehad dat ik mijn regenjas niet nodig heb gehad. Maar Washington komt eraan en met dat de waarschijnlijkheid van regen. Ook zijn we ondertussen verder in het seizoen. Ik kijk nu nog uit naar een dagje regen. Tot zover is het vooral zweten in de hitte en een beetje regen zou me zeker een plezier doen. Een beetje regen, waarschijnlijk ben ik na 10 minuten regen alweer klaar met de regen en hoop ik voor beter weer .

De bergen hier zijn anders, we lopen om elke berg heen die we tegen komen. Soms komen we dicht bij de top, maar nooit gaan we daadwerkelijk naar de top. Iets wat af en toe frustrerend kan zijn. Je ziet de berg langzaam naar je toe komen en daarna zie je de berg langzaam weer verdwijnen. Tenzij je van de trail afgaat kun je niet de omgeving bewonderen vanaf de top van de berg. Iets wat hier prachtig moet zijn want we bevinden ons al een tijdje in vulkaangebied. In dit gebied zijn de bergen niet door ijs of tectonische platen veroorzaakt maar door de ophopende lava en waarschijnlijk allerlei andere manieren die ik niet ken. De bergen zijn eenzaam en steken hoog boven al het andere uit. De bergen zijn spits en scherp. Waar we eerder in de sierras waren met vlakke toppen waar een reus comfortabel zijn kont zou kunnen neerplanten zijn we nu aangekomen in een gebied waar hij direct weer op zou springen omdat de berg als een naald in zijn reet heeft geprikt. Een aantal keer zijn we weer sneeuw tegen gekomen op de trail en ondanks dat we niet zo veel klimmen en dalen zijn we toch echt in de hoogte. Zo hier en daar hebben we de tijd om uit te kijken over de valleien. Oregon is vooral in de bomen, tenminste dat was wat we te horen kregen voordat we het hadden bereikt. Dit was waarschijnlijk een feit zo’n 3 jaar geleden. Nu is er veel verbrand, vooral vorig jaar heeft het karakter van Oregon veel veranderd, tenminste dat denk ik. Nu kijken we vaak over velden van verbrande bomen enkel het onderste gedeelte van de bomen is over gebleven en het ziet er allemaal vrij surrealistisch uit. Alsof je door een filmset loopt van een horror of sprookjes film. Ik vraag me vaak af hoe het hier van te voren was.

Nog 2 dagen en we zijn bij trail days, de grote reden waarom we momenteel zoveel hikers om ons heen hebben. Iedereen heeft het doel trail days in 2 dagen te bereiken. Het begint namelijk komende vrijdag en gaat door tot zondag. Wat het precies inhoud geen idee, maar het zal vooral bestaan uit muziek en gesprekken. Gesprekken met hikers die je in het verleden hebt ontmoet, gesprekken met hikers die eerder de pct hebben gelopen en gesprekken met trailangels die hopelijk met vele aanwezig zijn zodat we als hiker gemeenschap ze zoveel mogelijk drankjes kunnen aanbieden. Zonder hun was de trail heel anders.

 

 

Op de bodem van de zee

Een nederlandse titel, ik ben eindelijk overgestapt naar volledig nederlands. Ik vond engelse titels toffer klinken, ik denk dat een buitenlandse taal altijd wat beter lijkt te klinken dan nederlands. Onze harde taal, maar hoe meer ik schrijf hoe meer ik de taal waardeer. Dus vandaar, vanaf nu nederlandse titels :D. Nu nog foutloos leren schrijven. (12 jaar school en dat is nog steeds iets dat ik niet volledig beheers :S).

Het is weer een tijd geleden sinds ik wat heb geschreven. Het is niet dat er niets is gebeurd, maar voor een tijdje had ik weinig motivatie om te schrijven. De wandeling van Shasta naar Etna was er eentje die me bijna van de trail af had gejaagd. Mijn knie waar ik eerder al last van had begon nu echt op te spelen. Sommige gedeelten kosten me ongeveer twee keer zoveel tijd dan normaal. Om de mijl nam ik een korte pauze om mijn gedachten wat van de pijn af te houden en dat hielp, samen met muziek luisteren tijdens het wandelen kwam ik langzaam waar ik moest zijn. En in die zin was het moeten iets waar ik langzamerhand niet meer tegen kon, het is onderdeel van de trail dat je er af en toe doorheen zit of dat je een blessure oploopt waar je jezelf doorheen moet bijten. In dit geval was die blessure al meer dan twee weken aanwezig en ik had niet langer het gevoel dat het op een wonderbaarlijke wijze zou gaan genezen wanneer ik op de trail zou blijven. Ik besloot in ieder geval een dag rust te nemen in Etna. Teton, Yann en Italian sausage waren op dit moment een dag achter mij dus dat kwam goed uit. De eerste nacht verbleef ik in de hiker hut. Een soort hostel naast een bed and breakfast speciaal voor de hikers. Hier zag ik een aantal hikers die ik eerder al had ontmoet zoals Dreamer Rant en 2 Pack. Dreamer en Rant zijn onderdeel van de warrior hikers een groep ex militairen die worden ondersteund door de lokale bevolking van de dorpen waar ze langs komen om ze te helpen deze trail te kunnen lopen. Dit heeft te maken met PTSD (post traumatic stress disorder) waar ze allemaal mee om leren gaan nadat ze vanuit Irak of sommige vanuit Afghanistan terug thuis zijn gekomen. Wandelen blijkt hier erg goed voor te zijn en het is erg tof om te zien dat dit soort projecten bestaan. Er zijn veel veteranen die de pct wandelen en ik kan me niet voorstellen hoeveel meer er met deze problemen rondlopen. Ik had een minder groot probleem, ik zat enkel met mijn knie omhoog en een zak ijs erop een beetje rond te hangen en was op mijn gemak met andere hikers aan het kletsen. De zwelling aan de zijkant van mijn knie zag er niet goed uit en anderen hadden het nog niet eerder zo gezien, dus het enige advies dat ik daar kon krijgen was rusten. En het zag er naar uit dat dit rusten zo’n vier weken zou duren. Te lang voor mij om rond te hangen. Dat zou betekenen dat ik zeker niet de trail af zou kunnen maken en dat mijn keuzes op dat moment waarschijnlijk bestonden uit richting Canada liften en bij mij oom en neven en nichten op bezoek gaan of terug naar huis te gaan. Na de eerste overnachting had ik Teton een bericht gestuurd waar ik was, wetend dat hij zijn telefoon zou checken wanneer hij bereik heeft. Een uur later kwam Italian Sausage de hut binnen gelopen samen met Teton en ze vroegen of ik mee ging met hun lift naar Yreka een dorp een half uur verderop. Geen idee wat daar te doen was maar ik vond het prima, pakte mijn spullen en stapte in de auto. Tot mijn verbazing zaten de twee Canadezen Terrance en Phillip achterin (Nu beter bekend als Section Hiker en Yellowblazer) en ik was ingestapt bij Leslie en Derek waarvan ik dacht dat het trailangels waren die Teton bij toeval tegen was gekomen. Dit was gedeeltelijk waar, Leslie was naar Etna gereden om de Canadezen op te halen die onderweg Teton en de groep tegen waren gekomen en zo kwamen ze allemaal tegelijk aan bij de weg. Onderweg vertelde Leslie dat ze een ex collega van Chatterbox was en dat ze Chatterbox later die dag in Shasta op zouden halen. Chatterbox wist niet dat wij allemaal bij Leslie thuis zouden zijn en we besloten uit te pakken voor het avondmaal. Ik maakte de salade, de spareribs en een aardappelsalade klaar terwijl Italian Sausage zich vanaf nu meester barbeque mag noemen en Terrance was bezig met een fruitsalade voor na het eten. Genoeg voedsel voor een aantal hongerige hikers. Leslie was ondertussen Chatterbox op aan het halen en wij hadden al onze rugtassen en alle andere zooi verstopt in het huis en zaten in de huiskamer te wachten uit het zicht van waar de auto aan zou komen. En natuurlijk zoals bij elke verrassing zaten we al veel te lang klaar en begonnen mensen wat rond te lopen, steeds harder te praten, nog even gauw naar de wc te rennen enz. Maar toen hoorden we de auto eindelijk komen en iedereen ging weer vluchtig naar zijn plek. Chatterbox zoals we hem kennen kwam tetterend de keuken binnen gewandeld en was alweer een heel verhaal verder voordat hij de deuropening van de huiskamer had bereikt naar binnen keek en enkel kon zeggen “Holy shit” zo’n 5 keer voordat hij geloofde wat hij zag. De groep hikers waarmee hij van Hiker Heaven tot aan Truckee (zo’n 700 mijl) had gewandeld in het huis van een ex collega die ons verder niet eerder had ontmoet. Tijd om te eten! Eindelijk, de rommelende magen werden gedurende de avond meer en meer gesust en het vloeistof in de flessen wijn verdween op miraculeuze wijze tot laat in de avond. De volgende dag werd iedereen al vroeg wakker, we hadden op de veranda overnacht en de zon kwam al vroeg achter mount Shasta vandaan om ons te wekken. Ondanks de katers hier en daar was iedereen zeer jofel en had iedereen zin om weer terug te gaan naar de trail. Ik ook, ik had erg veel zin om terug te gaan, maar helaas voor mij was het nog niet zover. Mijn knie was nog altijd gezwollen en ik wist haast zeker dat ik na een aantal passen weer net zoveel pijn zou hebben als voorheen. Ik liep de laatste dagen op mijn voorraad ibuprofen en was niet van plan dit tot Canada door te zetten. Het was tijd om naar de doctor te gaan en het te laten checken. En zo ging ik naar Ashland waar ik verrassend snel werd geholpen in het ziekenhuis. De doctor was zelf een wandelaar en ze was van plan om binnenkort naar Zwitserland te gaan om daar te gaan wandelen. Tijdens dat ze mijn been wat heen en weer bewoog om te kijken wat het probleem was konden we veel informatie uitwisselen. Ik ben zelf nooit in Zwitserland geweest, maar de gesprekken met Yann, Teton en Italian Sausage hadden me een goed beeld gegeven over wat je daar in welk seizoen kan verwachten en dat geeft je genoeg inzicht in wat je voor materiaal mee moet nemen om comfortabel te kunnen wandelen. Dit was voor het eerst dat ik het daadwerkelijk gezellig heb gehad in het ziekenhuis en met het advies om een week stil te zitten met een pak ijs op mijn knie verliet ik de afdeling met een tamelijk goed gevoel. Ik had veel erger verwacht, in mijn gedachten was ik al bezig met het plannen van een vervroegde vlucht naar huis of een reis naar Canada om familie te bezoeken. Ik had het wandelen nog niet volledig opgegeven, maar het leek mij duidelijk dat ik niet veel verder meer zou kunnen wandelen dit jaar. We hebben met onze trail familie een groepsgesprek op facebook en ik besloot te checken of er iemand anders in Ashland was. Ik gokte en hoopte op de Finnen, en ja ze zaten nog geen minuut lopen ergens in een cafe bij te komen van hun wandeling naar de stad toe. Ik kon die avond bij hun in de kamer overnachten en we hebben die avond vooral niets gedaan. Iets wat erg fijn is wanneer je in een dorp komt is niets doen, hooguit ergens koffie drinken, maar vooral niet lopen en uitrusten. Zodoende hebben we The wolf of wall street gekeken en de volgende ochtend zijn we naar de trail vertrokken met Leslie die ik de avond daarvoor een bericht had gestuurd of ik bij hun thuis kon verblijven zolang ik met m’n poot omhoog moest liggen. Dat was geen probleem en na de Finnen te hebben afgezet bij de trail reden we terug naar Yreka. Ik voelde me niet volledig op mijn gemak in het begin, Leslie en Derek zorgden erg goed voor mij en ik zat enkel met mijn voet omhoog te lezen of films te kijken. Ik wilde iets terug doen voor ze en alles dat ik kon doen was niets.. Na twee dagen werd ik te onrustig en begon rond te lopen en besloot te gaan helpen met koken, schoonmaken enz. De eerste avond had ik pannenkoeken met pesto en groeten gemaakt wat ze erg lekker vonden en vooral niet kenden in de manier waarop wij nederlanders het klaarmaken. De volgende dag stond kip op het menu met pasta en de dag daarna een aardappelmix met mango, boontjes en pinda’s. Het minste dat ik kon doen voor hun gastvrijheid en ik vond het ook zeer leuk om te doen, om recepten op te zoeken en een lange tijd in de keuken te staan. De volgende dag was het dan eindelijk zover, geen week maar 6 dagen later kon ik niet langer stilzitten en ik besloot het te gaan proberen. In plaats van Etna waar ik de trail had verlaten sloeg ik een stuk over (120 mijl) om vanuit Ashland te vertrekken waar Teton ondertussen was samen met Yann. Het liefst had ik niets van de trail over geslagen, maar dit leek mij de juiste beslissing, het gaf me rust in de tijd die ik nog heb om naar Canada te lopen, het was er minder warm omdat je uit het woestijngebied was en het was minder klimmen. Vele goede redenen om te starten vanuit Ashland en ondertussen heb ik er vrede mee dat ik een stuk over heb geslagen, het is nog steeds een lange wandeling.

Terug op de trail en meteen een goede start, want de volgende 5 dagen komen we niets tegen. De eerste dagen liep ik met een ingewikkelde knie. Ik had het idee dat het hielp, maar achteraf denk ik dat het vooral jeuk veroorzaakte. Geen ibuprofen meer nodig, 25 mijl gelopen de eerste dag, de tweede dag 29,5 en de derde dag 27. Grote afstanden en zonder problemen. Ik voelde me verlost van een zwaarte die op mijn schouders had gelegen. Ondanks dat dit gedeelte van de trail voor vele wellicht het saaiste gedeelte was aangezien je je bevind in een groene tunnel. Met bomen aan beide zijde en geen uitzicht over een vallei of een meer of wat dan ook. Voelde ik mezelf meer thuis dan waar dan ook. De temperatuur was aangenaam, overal schaduw en zeer makkelijk terrein  om over te wandelen. Met enkel af en toe een steen hoefde je niet meer constant naar beneden te kijken om te voorkomen dat je ergens overheen zou struikelen. Je kon volledig verdwijnen in je gedachten en dat is precies wat ik deed. De uren vlogen op deze manier voorbij, het leek alsof vermoeidheid niet langer meer een onderdeel van de dag was. Het enige dat je soms tot een pauze bracht was om je voeten uit te rusten. Want er is wel veel zand dat opstuift en zich in je schoenen nestelt. Wat een soort schuurpapier effect veroorzaakt waardoor je wat last van je voeten krijgt. Maar niets ernstigs. We liepen nu met zijn vieren, Hangman, Yann, Teton en ik. Totaan Crater lake was dit onze crew. De snelle hikers vlogen ons deze dagen voorbij, er zijn mensen die 30 tot 40 mijl per dag lopen. Iets wat ik niet zou kunnen/willen doen, haast geen tijd voor pauzes, niet kunnen zitten bij een meer omdat je nog 15 mijl moet lopen die dag. Niet voor mij weggelegd, ik zit graag bij een meer en ik hou van pauzes.

Nog 5 mijl tot Crater Lake, we hadden van te voren al besloten om te gaan kamperen bij Mazama, een resort waar we ook wat konden eten die avond en de volgende ochtend. Het idee was om de volgende ochtend de Rim Trail te gaan wandelen, een alternative route om langs de rand van Crater Lake te kunnen wandelen. Helaas kwam ik iemand tegen uit belgie die naar het zuiden aan het wandelen was en hij vertelde mij dat de trail was gesloten vanwege bosbrand. Iets wat hier vaak voorkomt, als we twee dagen eerder aan waren gekomen hadden we er nog kunnen wandelen. Maar helaas het zat er niet in en we gingen later die dag liften om aan de andere kant van de brand te kunnen komen. Binnen een korte tijd hadden we een lift waar we in de laadruimte van een koelwagen konden klimmen. Ondertussen werden we vergezeld door Baby en Luna, Hangman besloot de volgende ochtend te vertrekken. Luna is de hond van Baby. Baby is van plan om de PCT en de CDT (continental divide trail 3100 mijl) in de komende twee jaar te gaan bewandelen. Ze had al eerder de AT (Appelation Trail) gelopen aan de oostkust. Na de lift in de laadruimte kregen we nog een andere lift van een jonge man die richting Bend aan het rijden was. We wilden allemaal graag in het meer springen en hij vond het prima om mee naar beneden te wandelen om ons daarna weer verder te brengen naar de trail. Na een korte wandeling kwamen we bij de rots waar je vanaf kon springen, het meer in. Het was ongeveer even hoog als ons huis en toen ik naar beneden keek had ik kort moment van twijfel, maar een seconde later sprong ik in het koude water. Tenminste ik had verwacht dat het koud was, maar het was eigenlijk helemaal niet zo koud, je kon lekker blijven zwemmen zonder het gevoel te hebben dat je zo snel mogelijk weer naar de kant moet zwemmen. Na nog een keer te hebben gesprongen liepen we weer terug omhoog. Voordat we weer aan de top van de rand waren aangekomen waren we alweer droog genoeg om de auto in te stappen. Taylor (niet honderd procent zeker of dit z’n naam was) de man waarvan we de lift hadden gekregen bleef met ons kamperen bij de trail om de volgende ochtend door te rijden naar Bend. We maakten een kampvuur en we hadden allemaal wat chips meegenomen om die avond te eten, samen met een kop thee was het feest compleet. Een luxe avond vergeleken met andere avonden waar je je rijst of pasta wegwerkt waar je ondertussen wel genoeg van hebt gegeten. Van Crater Lake naar Bend was 160 mijl een flinke afstand, maar een afstand die snel voorbij leek te gaan. We zijn alweer halverwege Oregon, de staat die we binnen anderhalve week  volledig af zullen ronden. Iets dat vreemd is om over na te denken. Californie de eerste staat kostte ons zo’n 3,5 maanden om doorheen te wandelen en nu Oregon minder dan 3 weken. Voor vandaag hadden we besloten om een dag niet te hiken en wat tijd hier in Bend door te brengen. Een creative stad, een stad die enorm is gegroeid in de afgelopen tijd, maar niet in de hoogte. Het fijne van deze plekken in de VS is dat er niet in de hoogte wordt gebouwd. Simpelweg omdat ze genoeg ruimte hebben om dat niet te hoeven doen. En niemand fietst hier, dus het maakt niet uit dat de afstanden wat groter zijn.

Ik ben zeer blij weer terug op de trail te zijn, even dacht ik dat mijn reis korter zou zijn dan gepland, dat zou een grote teleurstelling voor me zijn geweest. Ik had er veel over nagedacht en kon wel tevredenheid halen uit wat ik al heb mogen doen, maar toch als je het niet volledig uit zou kunnen lopen denk ik dat je voeten blijven jeuken totdat je teruggaat om toch je tocht te kunnen voltooien. Gelukkig is dat voorlopig in ieder geval niet iets waar ik me druk over hoef te maken. Morgen zullen we mijl 2000 bereiken en daarmee zal het begin van het aftellen van de afstand beginnen. 650 mijl te gaan. 650 mijl, wat een afstand, maar het lijkt nu niet eens zo gek ver meer. Met het gemiddelde van 25 mijl per dag door Oregon en waarschijnlijk iets minder door Washington komt het einde dichterbij. Een einde waar ik nog niet naar uitkijk, ik denk dat het later wel zal komen, wanneer we daadwerkelijk dichtbij komen, dat ik weer richting huis zou willen gaan. Voor nu geniet ik nog veel te veel van de tocht en de mensen op en om de trail. Door een tijdje geveld te zijn door een blessure en de trail te hebben moeten verlaten zie je de trail weer met een verse blik. Ik denk dat de week van de trail af me veel goeds heeft gedaan. Het heeft me een hoop nieuwe energie gegeven. Daarnaast is nu ook Derek (de man van Leslie) begonnen met wandelen. Ik heb al een aantal berichten van hem ontvangen waarin hij trots verteld over waar hij heeft gewandeld, hij is zelfs van plan om de PCT in zijn geheel te lopen. Niet in 1 keer maar in gedeelten.

Ik wilde al twee keer eerder dit bericht afsluiten, maar er is zoveel gebeurd in de laatste tijd dat het moeilijk is te stoppen met schrijven. Ik was ergens onderweg aan het kletsen met Long Haul, een man die ook de AT had gelopen en hij zei dat het zo’n enorme beleving is dat je hersenen op een bepaald moment overstromen van de herrinneringen en gedachten die het probeert te verwerken. En hij heeft gelijk. De verhalen die ik tot dusver heb geschreven zijn enkel een fractie van wat je allemaal meemaakt, het is moeilijk de hoogtepunten eruit te pikken. Ik wil niet de illusie wekken dat alles geweldig is, want er zijn zeker mindere momenten. Soms loop je door een wolk van muggen die geestelijke gezondheid steeds meer op de proef stellen, soms eet je voor de 459ste keer hetzelfde en wil je niets anders dan zo snel mogelijk weer in een stad aankomen voor fatsoenlijk eten om vervolgens erachter te komen dat je in de VS bent en dat de keuze vooral uit hamburgers bestaat, soms lijkt een dag te bestaan uit een eeuwigheid en voelt het alsof je nooit het einde zal bereiken en vele, vele andere momenten die het minder tof maken. Maar dit alles is zo snel vergeten, het verbleekt tegenover het positieve. De volgende stop is Cascade Locks/Trail Days. Traildays is een evenement voor alle hikers. Muziek, eten en verhalen zullen zeer waarschijnlijk het hoofdonderwerp zijn. Iets om naar uit te kijken.

Nog even kort. Haven en Kristen zijn niet langer meer aan het wandelen, na zo’n 1800 mijl hadden ze besloten te stoppen. Ook Phillip (de canadees) heeft de trail verlaten. En zo zijn er vele andere, veel mensen zijn gestopt aan de grens van Oregon. Ondanks dat ze zijn gestopt zullen ze niet zonder bagage terug naar huis gaan. Ze kunnen deze blog helaas niet lezen, maar ik wil ze bij deze toch ontzettend bedanken voor de tijd die ik met ze door heb mogen brengen.

image image image image

The Subway Cave

 


Ik luister ondertussen met regelmaat naar podcasts. Het zijn vaak korte interviews of verhalen van hooguit een uur. Zeker voor lange afstanden is het erg fijn om je hersenen ook actief te houden op het gebied van educatie en entertainment. Zo ben ik even geleden begonnen aan een lange reeks filosofie geschiedenis beginnend vanaf presocrates tot aan het nu, tot zover enkel nog tot Aristoteles gekomen, dus nog vele decennia te gaan. Ook de marathon interviews van de VPRO vind ik zeer interessant en ik probeer weer wat meer te luisteren naar de Nederlandse taal. Ik merk dat langzamerhand je woordkeus in het Nederlands minder divers word hoe langer je het niet gebruikt. Het is niet dat je de woorden vergeet, maar meer dat je het minder gebruikt dan het Engels en je daardoor vaak eerder in het Engels op de juiste woorden komt dan in het Nederlands. Met de podcasts gaat de tijd soms ineens razendsnel voorbij, voordat je het weet ben je een uur verder en heb je alweer 3 mijlen gelopen. Muziek kan ook zeer goed helpen wanneer je vermoeid bent, hier zijn podcasts minder fijn aangezien ze energie kosten om ze goed te kunnen volgen. Iets waar je wel op moet letten naar mijn idee is dat je niet te veel verzinkt raakt in deze vormen van entertainment, maar dat je er genoeg gebruik van maakt om beide te kunnen genieten van de omgeving waar je je in bevind en je je hersenen genoeg stimuleert om na te blijven denken over onderwerpen die anders wellicht niet in je op waren gekomen. In de laatste podcast van Philosophize This! zat een quote van Aristoteles waarin hij zei: “you are what you repeadiatly do.” Iets om over na te denken naar mijn idee, in het kort omschreven zegt hij dat je niet bent wat je was maar wat je nu bent. Was je vroeger een atleet en won je verscheidende medailles en ben je nu iemand die het enkel over zijn oude glorie heeft. Ben je dan nog die atleet, of de man die enkel praat over vroeger. Persoonlijk vind ik dit erg interessant, maar terug naar de trail. Mathias en Teton zijn waarschijnlijk al aangekomen bij onze kampeerplek. Vandaag doen we namelijk maar 10 mijl, dit heeft te maken met wat er op ons te wachten staat. Morgen komen we langs een klein café wat zich lijkt te hebben gesitueerd in een gedeelte niemandsland, maar wat waarschijnlijk een klein resort is of iets dergelijks. Hier kunnen we genieten van een ontbijt, we hebben gehoord van mensen die in te tegenovergestelde richting lopen dat het een zeer goed cafeetje is. Wat ook zeer belangrijk is is dat ze een douche hebben die we in het laatste dorp hebben overgeslagen omdat we kampeerden in de achtertuin van een kerk. De dag daarna zal ook niet heel lastig worden, maar over drie dagen komen we aan bij een gedeelte waar we 30 mijl zonder water zouden kunnen lopen. Gelukkig is het maar weinig klimmen en dalen, maar de trail ligt wel erg dicht bij woestijngebied en zal daardoor erg worden verhit door de warmte die de wind met zich mee zal nemen. Er zou een waterput moeten zijn in het midden, maar het is er één die laag staat en zeer onbetrouwbaar is. Ik heb erg veel zin om deze 30 mijl te lopen om te zien hoe ik me er bij voel, zeker met de hitte zal het een uitdaging worden. Momenteel zit ik bij een kleine vijver, niet om water uit te halen, ik had nog genoeg. Maar om lekker te genieten van het weer en de rust. Want merkwaardig genoeg zijn er geen muggen bij dit stilstaande broeierige water. En zonder muggen is alles ineens een stuk relaxter. Het is 1 uur smiddags en ik hoef enkel nog 6 mijl te lopen, dus alle tijd van de wereld. Tijd die ik ga gebruiken om wat verder te komen in mijn boek wat tot zover maar niet opschiet aangezien we de afgelopen tijd veel langere dagen hebben gehad en ik vaak vermoeid was aan het einde van de dag.

Op diezelfde plek ontmoette ik niet veel later, maar gelukkig wel wat verder in mijn boek Jasmin. Zij begon de trail ongeveer 200 mijl terug en wil zo ver mogelijk richting Canada komen in de tijd die ze heeft. Ik denk dat ze erg ver gaat komen want ze is nu al een enorm sterke hiker. Afgestudeerd met twee majors en net als vele hier op de trail geen enkel idee wat ze wil gaan doen wanneer ze niet langer aan het wandelen is. Ook Hangman, iemand die ik al eerder had ontmoet was hier aanwezig, hij liep die dag wat verder dan ons, maar Jasmin bleef bij ons kamperen, samen met Mad Dog, een man die we al een tijdje hier en daar tegenkomen. Savonds eindelijk weer eens een kampvuur gehad, we hoopten dat Teton en Mathias (nu beter bekend als Italian sausage) wat vis zouden vangen, maar tevergeefs. We moesten het met onze normale maaltijden doen. Wat hij wel had meegenomen en waardoor hij zijn naam heeft gekregen was italiaanse worst. Een erg lekker hapje wanneer je het al een tijdje vooral met salami hebt moeten doen wanneer je wat vlees mee kon nemen. In principe eet je enkel beef jerkey wat vlees betreft en dat is iets wat ik zelden koop, het prijskaartje dat eraan hangt is meer dan dat het voor mij waard is. Jasmin sjouwde een stok kaarten mee en het werd al snel een erg gezellige avond om het rondom het kampvuur, eten werd rondgedeelt, we speelden een variant op bever bende (volgens mij heet het zo) en degene die verloor moest telkens  zijn beste presentatie doen van een door een ander bedacht dier in een bepaalde situatie. Simpel en zeer vermakelijk.

De dag daarna liepen we naar Drakensbad, waar je kon lunchen (we hadden deze wandeling zeer veel geluk met cafeetjes enz) eerst aten de mensen van het resort en daarna kon je voor een klein bedrag de rest van het buffet toe eigenen. Waar geen enkele hiker nee tegen zegt natuurlijk.  Dit is iets dat ik erg tof vind aan de tocht en waar ik erg blij mee ben dat ik niet te veel onderzoek heb gedaan van te voren. Het ontdekken van cafeetjes en het soms grote gedeelten hebben zonder ook maar iets waar je volledig bent overgeleverd aan of je je herbevoorrading wel goed hebt gedaan. Iets vergeten betekend vaak een maaltijd minder, gelukkig heb ik daar tot nu toe weinig last van gehad en ondertussen is het erg makkelijk in te schatten. Toch neem ik altijd te veel mee, maar je weet ook nooit wat je te wachten staat en het is op die manier toch net wat minder risicovol om wat meer mee te sjouwen in plaats van het net te kunnen halen. Ik schrijf momenteel trouwens in snelvaart, heb voor een korte tijd wifi en wil proberen wat foto’s te uploaden. Excuses voor alles dat niet duidelijk is verwoord, geen tijd om het te herlezen.

Over de onwetendheid van wat er staat te komen, dat is iets wat de trail waarschijnlijk zo magisch maakt het niet weten wat er voor je uit is. Soms is het daarentegen zeer duidelijk. Bijvoorbeeld wanneer we de rim aan het lopen waren langs een klif. Wanneer je naar achteren keek zag je Lassen de vulkaan die torend boven alle andere tamelijk vlakke bergen. En voor je uit kijk je naar Shasta, een van de drie hoogste bergen van de zuiderlijke staten. Samen met Mt Whitney en Reineer bergen die ik graag alle drie had beklommen, maar Shasta is momenteel te veel aan het smelten en te gevaarlijk om te doen. En tegen de tijd dat we bij Mt Reineer aankomen zal ik moeten kijken hoe ik zit met tijd. Want ik heb ondertussen een echte deadline. En niet eentje die je kunt behandelen als een vormgevingsproject waarbij je vaak pas tegen het eind begint te sprinten, met vele bakken koffie en vele uren werk toch nog de deadline proberen te halen. Nee bij deze moet je op tijd beginnen, liever langzaam gaan tegen het eind en nu wat doorploeteren dan andersom. Stress is iets dat niet onderdeel van deze tocht zou moeten zijn, dus voor nu probeer ik vooral veel mijlen per dag te lopen. Wat daar recht tegenoverstaat is mijn blessure aan mijn knie, die voorlopig nog niet al te ernstig lijkt, maar wel iets waardoor ik het erg rustig aan moet doen. Veel pauzes en korte stukken lopen. Hopelijk is het binnekort een stuk beter.

Een toffe plek die we tegen waren gekomen was de Subway Cave, een grot gevormd door lava, wederom niet goed genoeg beschreven hoe hij nou precies was ontstaan. Dus ik had er een aantal uur over nagedacht om met een eigen theorie te komen. De lava is namelijk aan ‘één kant naar binnen gelopen om aan de andere kant een andere entree te creëren waar het weer wegspoelde. Vandaar de naam subway. Ik denk dat er al iets van een grot of water was waardoor de lava door de grond was gezakt omdat de grond niet stevig genoeg was. Eenmaal in de grond had het vrij spel omdat er in dit gebied alleen maar luchtige stenen zijn. Stenen die luchtbubbels in zich hebben en daardoor makkelijk barsten onder de hitte van het lava. Dus, geen idee of dat klopt. Zijn er kenners dan hoor ik het graag :).

En daar zit je dan ineens, bij Burney Falls. Een 50 kilometer wandeling achter de rug waar water schaars was. En nu vliegen er minuscule regendruppels om je heen je contstant verkoelend. Gelukkig had een trail angel een voorraad bij een van de plaatsen neergelegd waar de trail een weg ontmoette. Hoewel ik niet dorstig ben geweest liep je door vulkaangebied, oude beekjes zijn niet meer gevuld en meren zijn nu zo klein als een waterplas geworden. De zon is onze grote vriend en vijand. Hij houd ons warm en vrolijk, maar het is geen vriend van onze beste vriend: water. Noord Californië is warmer en droger dan verwacht. Vreemd genoeg had ik er van te voren weinig over gehoord, het lijkt erop dat Noord Californië een kunstwerk is van een beroemde schilder die ooit weer een keer terug gevonden wordt opgepoetst word en weer aan het publiek wordt vertoont. Maar voor nu ligt hij nog in de kelder en gaan vele mensen andere kunstwerken bezichtigen in de rest van de staat.

Nogmaals excuses voor de ongeorganiseerde zooi :p, maar gelukkig hebben we de foto’s nog


imageimageimageimageimageimageimage

En zoals elke Marvell film komt er nog wat na de aftiteling:

De laatste foto is namelijk genomen bij de Terminal Geiser waar een ondergrondse rivier verhit wordt door de Lassen Vulkaan en als een halve geiser naar boven komt. Niet spuitend maar dampend. En natuurlijk met zich meedragend een heerlijke eierlucht.

A Glass Halffull

 



Halverwege, ik ben halverwege de langste wandeling die ik ooit heb gedaan en misschien wel de langste die ik ooit zal doen. 2120 kilometer gelopen. Door de woestijn gewandeld met vloedgolven van zweet druipend over mijn lichaam om vervolgens de High Siërra’s te beklimmen waar de sneeuw zo diep was dat je hier en daar tot aan je kruis door het witte tapijt heen zakte en waar je aan de andere kant van de klim je als een kind in een pretpark voelde omdat je naar beneden kon glijden. Hiermee soms uren wandelen besparend. Om vervolgens weer terug in de hitte van Noord Californië te belanden. Nog altijd in Californië, de eerste, langste en meest uitdagende staat van de drie staten waar ik doorheen zal wandelen. Momenteel loop ik samen met Teton, we hebben eerst Sweet P en de Finnen vooruit laten lopen (zij hadden Quincy overgeslagen, om direct naar Belden te lopen) daarna afscheid genomen van de Canadezen in Quincy zelf, de volgende ochtend was Chatterbox de laatste waar we voorlopig afscheid van namen. Maar voordat dat zover was gingen we naar de High Siërra’s Music Festival. Een blue grass/blues/jazz/deep house van alles en nog wat festival. Wat een ervaring was dat. We hadden nog niet bepaald gedoucht of enigszins gewassen, maar dat maakte niets uit, we vielen niet bepaald op tussen alle aanwezige hippies. Het was een soort Festival Mundial om het maar ergens mee te vergelijken. We hadden een kampeerplek geregeld bij wat vrienden van een hiker, een plek die later in de avond een stuk moeilijker terug te vinden was dan dat ik van te voren had verwacht. De Canadezen besloten het festival over te slaan trouwens, dat was de rede dat ze verder gingen wandelen, tja slechte beslissingen worden ook gemaakt. Ik had verwacht dat de drukte van het festival te veel zou zijn, we zijn het niet meer gewend om omringd te worden door zo’n grote hoeveelheid mensen, maar de sfeer maakte het allemaal geen enkel probleem. De ochtend na het festival werd Chatterbox opgehaald door zijn broer en besloten wij een plek te vinden waar we konden douchen en de was konden doen enz. Wat hoog nodig was, het is hier erg droog dus alles was een grote zandbak geworden. We bleven iets langer in het dorp om Mr Coffee te helpen met een onderzoek voor zijn studie. Zijn opdracht was om onderweg hikers te interviewen over van alles en nog wat, hij kon niet precies vertellen waarvoor aangezien we aan het eind van de tocht nogmaals telefonisch worden geïnterviewd. Hij werd vergezeld door Authumn (schrijf het waarschijnlijk fout). Ze waren beide begonnen vanaf Kennedy Meadows waar we ze tegen waren gekomen tijdens hun eerste dag op de trail. Mr Coffee heet zo omdat z’n neus begint te druipen als hij het koud heeft en Authumn heeft haar naam gekregen omdat ze overal in de sneeuw viel (viel is fall in het Engels, vandaar).

Stap voor stap zakte ik langzaam weg in een dagdroom. Ik zat thuis in de huiskamer aan de grote tafel, de tafel was verder leeg, geen boot waar mijn vader aan aan het werken was en geen puzzel die bijna af was van mijn moeder. Ik zat aan tafel en het licht kwam door het raam naar binnen, het was duidelijk ochtend want het wierp lange schaduwen over de grond. Sjoerd lag naast mij zacht te snurken en verder was het stil. Niet angstig stil, maar comfortabel. Ik was een krant aan het lezen zonder daadwerkelijk informatie binnen te krijgen, een glas melk halfvol stond naast de krant op tafel en in mijn rechterhand hield ik een appel vast die ik langzaam aan het wegkauwen was. Ik had geen schoenen of sokken aan en had net gedoucht dus was vele malen schoner dan dat ik nu gemiddeld ben. En dat was alles, dat was de dagdroom, niet dromend over hoe ik aan een grote film aan het werken was, of hoe ik mensen uit een brandend gebouw aan het redden was of andere grotere dingen. Het was een droom van iets enorm simpels, iets wat ik mezelf niet eens zie doen. Ik lees nooit de krant, ik zit niet vaak aan de grote tafel. Maar het gevoel van de droom was waar het om ging, je bent hier altijd overgeleverd aan de natuur wat een enorm fijn gevoel kan zijn en tegelijkertijd ook erg vermoeiend kan zijn. Het lezen van de krant leek een soort simbool voor rust en het Nederlandse ontbijt is iets wat ik enorm mis. Hier heb je als je in een dorp bent vooral de keuze tussen een vettig ontbijt of een vettig ontbijt, geef mij maar gewoon een glas melk en normaal gesproken een boterham met kaas. Met een beetje geluk zelfs een boterham met Zeeuws spek. In deze droom had ik een appel, maar dat was waarschijnlijk omdat ik een droge mond had. Je zou kunnen zeggen dat het een droom was die ontstaan was vanuit heimwee, maar dat is niet het geval, ik mis een hoop dingen van thuis maar heb nog niet het gevoel dat ik ergens anders zou willen zijn dan dat ik nu ben. 

Er zijn veel mensen die eerder vanuit Kennedy Meadows naar het noorden zijn gaan reizen met de trein om op deze manier de sneeuw te ontwijken, helaas was dat voor vele niet zo gegaan zoals ze hadden gehoopt en ze waren weer terug in de sneeuw. In het noorden was er veel meer gevallen dan in de Siërra’s waar wij doorheen zijn gegaan. Die mensen kwamen we nu één voor één tegen. Het begon met Randy (nu bekend als Arrow) waarmee ik een aantal dagen had gewandeld in een grote groep. Het is erg leuk om de verhalen van alle mensen te horen die je nu voor een hele korte tijd tegenkomt. Beide wil je die dag weer verder lopen en aangezien je precies de tegenovergestelde richting in gaat is het maar een kort gesprek. We kregen te horen dat een aantal mensen niet langer meer op de trail zijn en dat ook Arrow zelf twijfelde of het hem allemaal wel ging lukken omdat het op en neer reizen (hier bekend als Flip floppen) veel tijd in beslag had genomen. De mensen die naar het noorden zijn gegaan en richting het zuiden lopen moeten straks nogmaals naar het noorden reizen om weer naar het noorden te lopen door Washington. De volgende die we tegen kwamen waren Kristen en Haven wat erg tof was aangezien ik een vrij groot gedeelte met hen had gelopen nadat ik de groep van Arrow had verlaten. Het ging vrij goed met ze, Haven had helaas wat problemen gehad met haar voeten waardoor ze een tijdje niet had kunnen wandelen een soort infectie waar ik nog niet eerder van had gehoord. Ik had al eerder gehoord dat Kathy niet langer meer op de trail was, en later kwamen we Norah nog tegen die ons vertelde dat ook Leeloo niet langer aan het wandelen was. Ergens is het erg vervelend om te horen dat zoveel mensen zijn gestopt met lopen, maar aan de andere kant voelt het ook goed om te weten dat je zelf nog aan het wandelen bent en het duidelijk niet een onderneming is die je vanzelfsprekend tot het einde uitziet. De afgelopen dagen waren zoals ik al zei erg warm en daarnaast vol met muggen. Elke plek die we kunnen vinden om even te gaan zwemmen gebruiken we maar al te graag. En we hebben een aantal erg toffe plekken gevonden tot dusver. We zoeken vaak naar rotsen om vanaf te springen wat ondertussen een soort doel is geworden om goede plekken te vinden om vanaf te duiken. Eerst checken we de diepte en of er geen rotsen verschuilen onder het water die we vanaf het oppervlak niet kunnen zien, als alles gecheckt is kan het waterpret beginnen. Het is meteen een handig moment om al je kleding af te spoelen en aan de kant te laten drogen terwijl je zelf lekker kan zwemmen en wat lagen modder en andere zooi van je af kan wassen.

Het was zo tof om de mensen weer tegen te komen waarmee je hebt gelopen en wat een timing. Hoe dichter bij het middelpunt ik kwam hoe meer ik ging reflecteren op wat ik tot zover mee heb gemaakt en de mensen die ik tegen kwam hielpen mij een hele hoop herinneringen terug te vinden. Er is al zoveel dat in de doofpot van mijn hersenpan is gegoten omdat het zoveel is om te onthouden, maar met de korte ontmoetingen komt er af en toe een schep verloren herinneringen terug. Een was van hoe we samen met Kristen, Haven, Kathy en wat andere hikers gebruik mochten maken van een klein eetcafeetje waar we de sleutel van hadden gekregen in Julian. Hoe Kristen die haar gitaar overal mee naar toe sjouwde een versie van Riptide zong en nog enkele andere nummers. Hoe Hopper aankwam in Kennedy Meadows terwijl wij onze aankomst al aan het vieren waren met een biertje en hij het terras op kwam gestormd om mijn fles op te pakken en hem in een keer weggoot om vervolgens te zeggen: “Heb je dorst” en naar binnen liep om een nieuwe ronde te bestellen. Hoe ik aankwam bij een kampeerplek uitgenodigd werd voor een rentmeester waar we met 6 mensen in een kleine tent gepropt waren terwijl het buiten zo hard waaide en zand overal door de lucht heen vloog en we een snoep ruilhandel aan het organiseren waren. Zoveel herinneringen en ik ben nog maar halverwege.

Ik was al vroeg mijn bed in gekropen, na samen met Teton te hebben gedineerd in een zwerm muggen waren we moe. Het wandelen in de hitte slurpt een enorme hoeveelheid energie uit je lichaam. Je drinkt zo’n vier liter water per dag om te compenseren voor al het zweet dat je verliest. Buiten dat waren we ook vermoeid van het rond ons heen slaan om de hoeveelheid muggen om je heen te reduceren. Mijn record tot zo ver staat op 3 muggen in 1 klap. Zover ik heb gehoord zal dat makkelijk te verbreken zijn wanneer we in Oregon aan komen. Na wat te hebben gelezen van Dune, een boek waar ik vier jaar geleden mee was begonnen maar nooit volledig heb gelezen (nu toch maar op nieuw gestart herinnerde niet alles even goed meer) viel ik al snel in slaap. Een tijd later werd ik wakker omdat ik naar de wc moest gaan. Het fijne van hiken is dat er altijd een wc vrij is. Eenmaal terug in mijn tent en na het doden van de meeliftende muggen kon ik nog een paar uurtjes slapen voordat het tijd was om op te staan. Het was 6 uur toen ik wat hoorde ritselen, ik dacht dat er iets aan de buitenkant van mijn tent aan het knauwen was dus sloeg tegen het tentzeil om het weg te jagen. Het geritsel hield aan en ik werd langzaam wakker terwijl ik nog een aantal keren tegen de tent sloeg. Waarom gaat dit beest niet weg? Ik had nog een half uur om te slapen en wilde er graag gebruik van maken. Eenmaal een beetje uit mijn waas gekomen van het slapen zag ik dat mijn knagende vriend in mijn tent was in plaats van aan de buitenkant. Het was een eekhoorn die ondertussen als een formule 1 coureur rondjes door mijn tent aan het racen was. Gelukkig heb ik geen vloer in mijn tent en kon ik een gedeelte optillen om hem vrij te laten. Helaas snapte hij hier niets van en schoot bang weg van de opening. Nog altijd geen zin om op te staan probeerde ik het nog een aantal keer, maar zonder succes. Teton was ondertussen wakker geworden van mijn pogingen de eekhoorn weg te jagen en lag half wakker te grinneken vanuit zijn tent terwijl ik uit de mijne was geklommen om de hele tent maar af te breken zodat onze verdwaalde vriend eindelijk weer terug kon gaan naar waar hij vandaan kwam. Ik controleerde mijn tent op gaten, ik was bang dat hij zich naar binnen had geknaagd, maar het leek erop dat hij zich onder mijn tent had gewurmd zonder iets te beschadigen, phew.

Voordat we bij het middelpunt aan kwamen waren we in Belden waar we hadden geluncht en onze middagpauze hadden gehouden. Om daar te komen hadden we een enorme daling bewandeld en onze knieën waren wel klaar met ons en hadden rust nodig, zeker aangezien aan de andere kant van onze pauzeplek een net zo grote klim was, eentje die je ook zeker niet in het heetste van de dag wilt doen. Het idee was dat we rond zouden hangen tot 4 uur om vervolgens de klim te kunnen doen. Het duurde niet lang voordat we weer wilde vertrekken van onze pauzeplek, een aantal hiker die we niet eerder hadden gezien, de zogenaamde die-hards waren in discussie over hoeveel mijlen ze wel niet deden elke dag en hoe ze de klim zouden benaderen op een proffesionele manier en bla bla bla. Wat een onzin, het idee van hiken is dat je loopt en een goede hiker na mijn idee is iemand die zich niet druk maakt om wat anderen van zijn of haar tempo vindt en vooral iemand die geniet van de omgeving waar je je in bevind en vooral niet aan het racen bent. Een wel bekend gezegde hier en eentje waar ik het zeker mee eens ben is Hike your own hike. Wat simpelweg betekend dat iedereen op zijn eigen manier de PCT of wat voor hike dan ook kan wandelen op zijn/haar eigen manier. Teton en ik hadden weinig zin om onderdeel van dit gesprek uit te maken en besloten al eerder aan de klim te beginnen. Voordat we vertrokken kochten we een fles wijn die bedoeld was om te openen wanneer we aan zouden komen bij de halverwege wijzer. Dit was maar al te vreemd voor onze die-hard vrienden want wie draagt er nou meer gewicht dan nodig was. Maar voor ons was het een manier om een klein feestje te houden wanneer we halverwege zouden bereiken. We verdeelde de wijn zodat we beide hetzelfde zouden dragen en lieten de fles zelf achter. De wijn had nooit het halverwege punt gehaald want we kwamen anderhalve mijl voor het middelpunt Hopper tegen en besloten met hem te kamperen om wat langer met hem te kunnen kletsen (ook hij was naar het zuiden aan het lopen). En om onze herontmoeting te vieren besloten we samen met hem de wijn te drinken.

We zijn momenteel in Chester waar een van de twee vrienden van Teton die vanuit Zwitserland deze kant op komen zich bij ons heeft gevoegd. Bewapend met een vishengel gaan ze proberen avondeten te vangen zodat we het kunnen roosteren op een kampvuurtje. we zullen zien of het ze lukt. Ik had besloten nog iets langer in het dorp te blijven en ze vanavond te ontmoeten bij de rivier waar we zullen overnachten, het is maar 10 mijl lopen dus het maakt niet uit wanneer ik vertrek. Voor Mathias (de vriend van Teton) wordt het spannend of hij net zo veel kan lopen als dat wij doen, maar we zullen het vanzelf zien, als ze besluiten minder te lopen zal ik misschien vooruit gaan lopen on de tocht voor nu alleen voort te zetten. We hebben het idee om misschien ook mount Shasta en Mount Reineer te beklimmen. Als we dat voor elkaar krijgen in de tijd die we nog hebben dan hebben we de drie hoogste pieken van de zuidelijke staten beklommen.

imageimage  imageimage

 

 

 

The Tipsy Family

Vreemd genoeg moeten we altijd bijkomen van de dagen die we spenderen in een dorp. Je zou zeggen dat het omgekeerd zou moeten, maar onze zeroes (niet wandel dagen) zijn meestal net zo intens als de wandeldagen. Het eerste wat we doen is eten, want herbevoorraden wanneer je honger hebt is een van de stomste dingen die je kunt doen. Iets waar Teton vrij goed in is, met regelmaat komt hij de winkel uitlopen met te veel eten en zegt dan: “I completely collapsed”. Ik probeer zelf altijd iets meer dan nodig mee te nemen en vooral variatie is zeer belangrijk. Ondertussen is de zwarte lijst aangemaakt waarop het trailvoedsel staat geschreven dat je niet meer kan eten omdat je er te veel van hebt gehad. Voor mij staat er nog redelijk weinig op, maar Mac and Cheese (nooit veel gegeten, maar is van zichzelf vrij ranzig) en noodles beginnen ook langzaam op de lijst te komen. Herbevoorraden is uiteraard een van de belangrijkste taken, samen met kleding wassen, waterfilter schoonmaken en niet te vergeten: douchen. Douchen zat er niet in bij ons verblijf in Bridgeport, maar eten en drinken was er in overvloed. Als een stel hongerige hobbits sloten we aan bij de familie van Chatterbox en de vrienden van zijn oom. Oom Kelly die een groot deel van zijn leven in het theater werkte en zelf een karakter was geworden die uit het witte doek leek te zijn gekropen. En oom Pete waar we hadden overnacht in Capitola was ook van de partij. Een aantal sterke verhalen en flessen wijn later kwamen de Coleman lampen tevoorschijn. Ze hadden ieder een lamp gefabriceerd in hun geboortemaand. Een bulk licht verlichte het halve kampeerterrein en de sterke verhalen zette zich voort tot laat in de avond. De volgende zeer zware ochtend kwamen de klachten van de andere kampeerders binnen en werden we gewaarschuwd, gelukkig vertrokken we die dag (gelukkig voor ons en waarschijnlijk ook voor de andere kampeerders). De volgende dagen waren stevige dagen, er lag nog altijd een ruime hoeveelheid sneeuw en we waren van plan om binnen 3 en een halve dag 75 mijl te lopen. We werden bij de trail afgezet door oom Pete, een late start voor 25 mijl. Ik had verwacht dat we eerder zouden stoppen, maar voor de verandering gingen we een keer tot laat in de avond door. Na Sonora Pass veranderd het landschap enorm. Van de wit grijze granieten bergen kom je terecht in een typerend landschap dat je veel in westerns tegenkomt. De rotsen zijn vele tinten bruin, een stuk donkerder dan de rotsen die we tot zo ver tegen zijn gekomen. Het lijkt alsof er een heel aantal omhoog zijn geduwd door sneeuw, ze komen als pilaren uit de grond. Ze hebben vaak wat weg van druipende kaarsen die overnacht op zijn gedroogd. Ook de bomen zijn van een heel ander soort. Ze noemen ze hier Juniper Trees (nog niet opgezocht hoe ze in het Nederlands heten). Ze zijn vaak in elkaar geweven, althans zo lijkt het, alsof er meerdere bomen heel dicht bij elkaar begonnen te groeien en door de jaren heen om elkaar heen zijn gaan kronkelen. Een vreemde gewaarwording aangezien de bomen niet schaars maar zeker niet talrijk zijn. Chatterbox vertelde me dat het telkens maar 1 boom was en dat de verschillende kolommen meer een soort golvende bast was. Sommige van deze bomen hebben elk jaar een hoop sneeuw gedragen waardoor de takken nooit erg hoog hebben kunnen rijken. Ze lijken nu enigszins op de grote broers van bonsai bomen. In de avond konden we makkelijk wandelen zonder hoofdlamp, de maan was halfvol en verlichte het pad als een bleke zon. Het maanlicht geeft een heel ander karakter aan de omgeving waar je je in bevind. Het blauwige licht haalt de intensiteit van het groen naar beneden en vooral rots en water komt naar de voorgrond. Het was alweer een hele tijd geleden dat ik in het donker had gelopen en was vergeten hoe tof het was om alles in dit licht te zien. De volgende ochtend was een zeer luie ochtend, tegen de tijd dat we hadden ontbeten was het alweer 9 uur voordat we echt begonnen met wandelen. Wederom een 25 mijl dag, maar wel een stuk minder klimmen dan dat we gewend waren dus uiteindelijk was het goed te doen. Halverwege de dag kwamen we in een vallei met hoog gras en de trail was hier erg goed bijgehouden ( Lake Tahoe is een populair gebied voor daghikes) en het was als een soort wandelpad met grote stenen aan beide zijden om het water in de goede richting te laten lopen. Twee grote bomen stonden in het midden van het veld en het deed me erg veel denken aan het huis van Winnie de Poeh. Wat een gesprek met Teton starten over de namen van de karakters in tekenfilms en hoe simpel maar geniaal ze vaak waren. Zoals ik eerder al zei loop je vaak alleen, maar wanneer we samen lopen hebben we vaak de meest uiteenlopende gesprekken. Het kan gaan over wat je wilt doen na de Pct, maar het kan ook gaan over hoe sterk mieren wel niet zijn of wat voor een hamburger je zou willen eten als we aankomen in het volgende dorp of over iets wat je waarschijnlijk uit je tas wil halen omdat je het niet gebruikt enniet langer mee wilt sjouwen (dit kan gaan om artikelen van enkel een paar gram).

Een aantal dagen later kwamen we aan in South Lake Tahoe de enige plek waar we in Nevada waren. Nevada staat bekend om zijn vele casino’s en ook hier waren er twee gebouwd. Als torens komen ze boven alle andere gebouwen uit en ze zijn vooral afschuwelijk lelijk. Drank is gratis als je aan het gokken bent (ik heb niet gegokt, geloof niet dat ik daarmee mijn budget kan vergroten) dronken mensen zijn vaak een stuk impulsiever, dus kan de drankjes zullen ze zeer snel terug verdienen. Tegenover de casino was een soort biertuin, deed me erg aan een Toko denken die je in Utrecht zou kunnen tegenkomen. Dat leek ons een betere plek om wat te eten/drinken. In Tahoe had ik twee zeer belangrijke taken, de eerste was nieuwe schoenen kopen en de tweede een nieuwe telefoon zodat ik weer foto’s kan uploaden :). Het is alweer een tijdje geleden dat ik bij de Bever heb gewerkt, maar ik had er nog altijd meer verstand van als de gast die ze bij de schoenen hadden meergeplant. Zoals vele zakerln hier heb je verkopers en geen adviseurs. Nadat hij had verteld welke schoenen populair waren wat niet een goede start is voor het verkopen van wandelschoenen begon hij over de toffe kleuren (zucht..) gelukkig vond ik zelf een paar andere schoenen (deze keer lage schoenen) die erg goed leken te passen. In de volgende dagen merkte ik hoe fijn ze waren. Niet langer liep ik rond met kromme tenen omdat mijn schoenen te klein waren geworden. Mijn tenen waren vrij en blij en tot zover waren er nog geen blaren verschenen. Het is altijd een risico om over te stappen naar andere schoenen, maar deze keer was het een goede gok (toch nog wat gegokt in Tahoe). Ze zeggen dat het gewicht dat je aan je voeten hebt hangen het zwaarste gewicht is dat je meesjouwd omdat het vervijfvoudigd wordt. Alsof tinkerbel wat stof over me heen had gesprenkeld vloog ik over de trail. Bergschoenen zijn erg goed voor stabiliteit, maar aangezien mijn tas nu zo ligt is heb ik ze niet meer nodig. We komen binnenkort aan het eind van The Fellowship waar de groep die vanuit rivendell was vertrokken opbreekt. Zo zal het ook zijn met onze geroep, de acht overgebleven compagnonnen zullen ieder zijn eigen weg gaan. Chatterbox gaat naar zijn vrouw in Alaska, Teton krijgt bezoek van vrienden uit Zwitserland dus zal een stuk trager gaan. De Canadezen gaan vooruit racen, wat de Finnen en Sweet P gaan doen is nog onduidelijk. Maar ook ik zou graag wat mijlen willen maken en waarschijnlijk een gedeelte alleen doen. Chatterbox, Teton en ik zijn tot zover van plan  om voor het eind van de PCT te hergroeperen in Washington om met zijn drieën te finishen. Maar plannen zijn moeilijk te maken op de trail en we zullen vanzelf zien wat er gaat komen.

Continue reading The Tipsy Family

Down the Valley


We vertrokken vanuit Mammoth, deze keer zouden we een lange tijd geen dag zonder hiken hebben. Dat was in ieder geval het idee. Dag 1 was meteen een goeie, niet perse een lange afstand, maar met de late start zeker geen makkelijke dag. De eerste dag uit een dorp of stad is meestal eentje die je graag kort houd. Je hebt je nieuwe voedsel gekocht en je tas is zwaarder dan dat hij was toen je het dorp in ging. Het kost elke keer opnieuw wat tijd om aan het gewicht te wennen. Het was ook de dag dat een van mijn wandelstokken bijna brak. Niet omdat hij ergens tussen was gekomen tijdens het lopen, maar omdat we een hongerig paard tegen kwamen. Net voorbij de bergpas van Mammoth die we overstaken om terug bij de trail aan te komen kwamen we langs Reds Meadow. Een plek in de bossen waar je een hut kon huren en waar sommige hikers hun herbevoorrading deden. Een groepje paarden liep daar vrij rond en een van deze paarden kwam naar ons toe gehobbeld. In eerste instantie dacht ik dat het een sociaal paard was die ons kwam verwelkomen. Al snel kwam ik erachter dat hij op zoek was naar wat lekkers om te snacken. Ik aaide hem wat en hij kwam wat dichter bij onze spullen. En voor dat ik er iets tegen kon doen zette hij zijn tanden in het kurken handvat van een van mijn wandelstokken. Na een kort gevecht kon ik mijn stok ontdoen van het hongerige beest dat er nu een flinke hap uit had genomen. Gelukkig net onder de plek waar ik mijn stok vasthoudt.

Maar even terug naar Mammoth Pass. De Finnen hadden ons verteld over Mammoth Pass. Onderschat hem niet, hij is misschien maar 3 mijl om te bewandelen, maar het zijn 3 zware mijlen. Nadat we met de bus naar de voet van de bergpas waren gereden was het tijd om aan deze zware beklimming te beginnen. Enigszins nerveus begonnen we aan de wandeling. De Finnen zijn sterke hikers en als hun zeggen dat het niet te onderschatten is dan moet het een zware beproeving zijn. Na een uur wisten we niet zeker het een grap was, want we waren al over de bergpas die nergens stijl was en waar amper sneeuw te vinden was. Een unicum voor de bergpassen die we tot zo ver hadden gehad. Later bleek dat een aantal weken ervoor de pas nog volledig besneeuwd was en de sneeuw omdat het zo snel aan het smolt één grote drek was geworden wat het voor hun een veel grotere beproeving had gemaakt.

Een zinderende hitte heeft zich gehuisvest in de vallei, vlammen vliegen door de bossen heen. De takken zijn droog en assisteren de razernij. Omhoog klimt het langs de bergwand, omlaag stort het zich in de vallei. Met veel moeite wordt het gedoofd, maar het laat een litteken achter. Eentje die vele jaren de tijd neemt om te genezen. Het nieuwe zal gebruik maken van het oude, de gevallenen, verslonden door de rode dans voeden nu de zaden van de nieuwe bomen. Paddenstoelen komen te voorschijn uit de rottende bomen, de planten groeien en behangen zichzelf met vele interessante voedingswaren voor het wild. Eekhoorns komen het verzamelen, herten keren terug, mieren herbouwen hun complexe netwerken onder de grond. Hikers mogen weer gebruik maken van het gebied. En zodoende staan we daar uitkijkend op een vallei gehalveerd door het vuur dat zich hier doorheen heeft gebaand. Vele bomen gebroken en gevallen, geblakerde stammen steken nog uit de grond, maar de toppen zijn verdwenen. Een zeer mystiek exterieur dat ruikt naar herinneringen. Een stille waarschuwing voor wat er kan gebeuren.

Drie dagen hadden we gepland om aan te komen in Yosemite Valley. Aangezien we de eerste dag 16 mijl hadden gelopen stonden ons nog 2 lange dagen te wachten ons gezelschap bestond nu nog uit 4 mensen. Chatterbox, Teton, Terrance en ik. Phillip wilde graag de uitslag van de doctor afwachten. De temperatuur in de avonden was weer wat gedaald en de motivatie om in de ochtend vroeg op te staan was mee naar beneden gesleurd. Gelukkig hebben we sinds het begin van de Sierras filterkoffie. Niet eens voor de cafeïne, maar vooral voor het hebben van een goed ontbijt. Iets wat erg lastig is tijdens het hiken, over het algemeen eet je oatmeal (volgens mij een soort havermoutpap), brood is geen optie want het droogt uit en vele andere mogelijkheden zijn te zwaar om mee te sjouwen. Chatterbox (volledige naam Sunrise Chatterbox) doet zo’n beetje elke ochtend zijn naam ten ere door vanuit zijn tent te beginnen met kletsen totdat we overgehaald worden om op te staan. De vroege ochtenden zet ik mijn wekker, maar elke andere ochtend is Chatterbox hetgene dat me wakker maakt. De tweede dag was een stevige klim, maar daarna vooral een lange vallei en een redelijk makkelijke wandeling. Vooral deze dag kwamen we meer en meer JMT hikers tegen (John Muir Trail is een pad dat door de High Sierras loopt en 211 mijl lang is, de JMT is een gedeelte van de PCT van Mt Whitney tot Yosemite Valley). Een gedeelte van de is geen onderdeel van de PCT maar toch besloten wij deze extra mijlen te lopen. De derde ochtend was het zover, we zouden de laatste 21 mijl lopen om bij Yosemite Valley aan te komen. Er werd heel even gediscussieerd om de bus te nemen, want het regende en dit gedeelte was geen onderdeel van de PCT. Ik was het daar niet mee eens en besloot zeker te gaan lopen en het maakte me niet veel uit of dit alleen of met anderen was. Nadat iedereen enigszins wakker was geworden werd het idee al snel aangepast en iedereen besloot toch te gaan wandelen. We waren in de buurt van Tuolumne Meadows een supermarkt die wat spullen verkocht om te herbevoorraden. We hadden het idee om daar te wachten tot het open was om een kop koffie te scoren die we die ochtend vanwege de regen over hadden geslagen in te halen. Na een kwartier wachten ging de winkel open en we stapten hoopvol naar binnen, maar helaas, geen koffie. Troosteloos begonnen we aan de wandeling door de regen. Na twee uur lopen kwamen we een wegwijzer tegen waarop stond Yosemite Valley 21 mijl. 21 mijl! Hebben we verkeerd gelopen? Het zou 21 mijl vanuit onze kampeerplek moeten zijn. We zouden er al 5 moeten hebben gelopen. Maar nee, we hadden het zelf fout, we hadden een aantal mijl gemist in onze berekening. Maar goed we waren onderweg naar Yosemite en ik was nog zeer positief ondanks de regen, het gebrek aan koffie en de extra mijlen lopen waren we bijna in een omgeving waar ik zeker naar uit heb gekeken. De bergpas van de dag was redelijk simpel, het grootste gedeelte ervan liepen we als een groep. Daarna kwam de lange afdaling, 7000 voet gingen we naar beneden. Het regende harder en harder. Ik had al een tijd mijn tas niet opengemaakt om zo min mogelijk vocht op te slaan, maar helaas zat er een scheurtje in mijn tas dat ervoor had gezorgd dat alles toch nog nat was geworden. Vanwege de hoogte liep ik veel in de wolken, nu alleen. De anderen waren vooruit geraast, maar ik bleef in mijn normale tempo lopen. Ik had allang geaccepteerd dat de regen niet zou stoppen en nat was ik toch al. De hele dag had ik enkel een paar meter zicht, tot het moment om 4 uur smiddags dat de wolken verdwenen, het stopte met regenen en het licht van de zon een vallei bescheen vol enorme rotsen en watervallen. Niets wat ik tot zover had gezien was vergelijkbaar. De rotsen waren glad en op vele plekken kaarsrecht. Als een set tanden staken ze uit de grond, het gras als tandvlees en de toppen platgeslagen als een kies. Een enorm imposante omgeving die zich had onthuld na de lange regen. Een podiumgordijn had zich geopend in zicht en geest. De sleur van de regenachtige tocht was vergeten en had plaats gemaakt voor genot. De volgende mijlen waren makkelijk, een weg banend naar beneden door regenwoud achtige gedeelten, uitzichten op oneindige rotsformaties en langs bulderende rivieren. De laatste 4 mijl van de uiteindelijk 27 mijl lange tocht liep ik samen met Scott een man uit Australië die eerst met zijn schoonouders aan het reizen was, maar had besloten om zelf verder op pad te gaan (hij zag het niet langer zitten om met z’n schouders in een busje opgesloten te zitten). Hij was hier en daar wat trails aan het bewandelen en klimmen was ook een grote hobby. Een zeer toffe gast en na een tijd met hem te hebben gekletst had ik hem uitgenodigd om met ons ergens te eten en bier te drinken. Ook iemand waarbij je goed kon zien wat oorlog met je kan doen. Na 16 jaar te hebben gewerkt bij de EOD is hij erg constant bezig met het scannen van zijn omgeving zoekend naar zwakke plekken in bruggen en andere constructies waar een mogelijkheid tot een bom plaatsing is. Erg triest om dit te zien en er niets aan te kunnen doen.

Ik besloot het onderwerp niet verder aan te kaarten en we spraken nog een tijd over Australië en waar hij vandaan kwam. Hij had de komende dagen niets gepland en wachtte op zijn vrouw en dochter waarmee hij verder zou gaan reizen door de VS. Eenmaal in Yosemite Valley aangekomen was de eerste stop de pizzabakker. Daar zag ik Nipple al staan, een van de Finnen die onze groep had verlaten toen wij hadden besloten te wachten op het smelten van de sneeuw. Ze hadden hun tijd genomen om door de Sierras te reizen zodat we ergens weer herenigd zouden zijn. En dit was de plek, Phillip was weer terug en onze groep die meer dan een maand geleden Hiker Heaven verliet was weer compleet. De rest was al een tijd geleden aangekomen. Ze hadden een andere route genomen en 2 mijl afgesneden. Ik had geen idee dat de route bestond, maar als ik die had genomen had ik Scott niet ontmoet die ons de volgende avond naar een kampterrein dicht bij de trail had gebracht en waar we een klein feestje hadden georganiseerd met de beheerder van de camping. De volgende ochtend in Yosemite Valley na een goede nachtrust en een heldere blik werd het pas echt duidelijk wat dit voor een plek was. De ene lading toeristen naar de andere werden rond gezuild door een soort open toerbussen. Weinig mensen verlieten de vallei en restaurants waren er in overvloed. Voor een paar honderd dollar kon je overnachten in een hotel en alles was gebouwd op rijverkeer. In vele opzichten begrijp ik de toegankelijkheid die ze hier hebben gecreëerd, maar het is niet langer een plek waar de natuur centraal staat. Consumptie is nummer 1 en de pracht van de natuur is ergens op een latere plaats geëindigd. Een koppel kwam langs om te vragen of ze alles hadden gezien. Ik vroeg ze hoeveel maanden ze hier al waren waarop het antwoord was een paar uur, dus ik vertelde ze over een aantal plekken waar je naartoe kon gaan. Toen ze duidelijk maakte dat ze liever hun auto niet verlieten vertelde ik ze dat ze inderdaad alles hadden gezien. Dit is ongeveer 90% van de mensen in Yosemite Valley, alsof ze in de safari van de Beekse Bergen rond rijden. Om niet te lang te klagen over de cultuur die zich in de vallei had gevestigd zal ik het erop houden dat het niet mijn favoriete plek was en dat ik het niemand aan zou raden om daarheen te gaan. Ik was eigenlijk van plan Half Dome te doen, maar ik had de dag nodig om bij te komen van de voorafgaande dagen. De wandeling om in de vallei te komen is prachtig, de vallei zelf afschuwelijk.

Eenmaal terug in Tuolumne Meadows om de PCT vanuit daar voort te zetten kwamen we een andere hiker tegen genaamt Sweet P. Ze had een stuk met haar vader gelopen en was nu bij ons aangesloten. Vanuit hier werden de nachten nog wat kouder en de ochtenden minder motiverend om op te staan, maar eenmaal in beweging was het prima. Onze groep was nu uitgegroeid tot 8 mensen. Te veel wat mij betreft. Voor nu nog oké maar ergens binnenkort zal er verandering moeten komen. Of dat betekent dat ik de groep verlaat of dat de groep opgesplitst word is nog niet duidelijk.
De laatste dag van de 4 dagen lopen vanuit Yosemite Valley was eentje waar we halverwege de dag hadden besloten om er een lange dag van te maken en dit gedeelte af te sluiten. Nu aan het kamperen met de familie van Chatterbox en morgenochtend vertrekken we weer. Nog even snel naar het dorp gereden om de blog te kunnen updaten :).

The Wise and the Youthful

Terugkerend over de bergpas van Kearsarge was het al meteen duidelijk dat er veel kan veranderen in een zeer korte tijd. Na het vertrek van Princes Olaf hadden we besloten een extra vrije dag te nemen. Na twee dagen niet te hebben gewandeld was een groot gedeelte van de sneeuw die er voorheen was verdwenen. Niet de sneeuw in de pas zelf, die zal er nog lang liggen, maar in de lager gelegen gebieden waar we onze zonnebrillen nodig hadden om niet sneeuwblind te worden waren er nu enkel hier en daar wat restanten te vinden. Gras en steen had de zon weer ontmoet en onze beklimming was een stuk comfortabeler dan verwacht. Die nacht sliepen we na een zeer korte duik in het meer onder de sterren. Wat geen slim idee was, want deze kant van de bergketen bleek nog aardig koud te zijn en dicht bij het water was de lucht vergezeld met een grote hoeveelheid vocht. Onze slaapzakken waren te nat en koud om zo vroeg te vertrekken als in eerste instantie ons plan was, dus besloten we het rustig aan te doen, wat koffie te drinken en rond half 8 begonnen we echt aan onze nieuwe trip. Op 1 dag na zouden we elke dag een bergpas doen. Een zware maar prachtige acht dagen wachten op ons. Mijn rugtas was vele malen zwaarder dan dat ik was gewend en de eerste dagen waren daardoor ook zeker de zwaarste. Buiten bergpassen hadden we ook te maken met hoge rivieren die we moesten passeren, sommige bebrugd vele andere brugloos. Nadat we over Kearsarge, Glen en Pinchot pass waren geklommen kwamen we tijdens de vierde dag van de hike de eerste rivier tegen die lastiger was om over te steken. Kings River, in eerste instantie zouden we de volgende ochtend de rivier oversteken. Iets waar ik zelf niet op zat te wachten. De rivieren zijn de hele dag koud, maar in de ochtend is het zo koud dat het lopen daarna redelijk pijnlijk aanvoelt aan je voeten en benen. Gelukkig waren er twee hikers (Steppenwolf en Rafiki) die de rivier overstaken. En na hun te hebben zien oversteken wist ik zeker dat het ons ook zou moeten lukken ondanks dat in de middag het water een stuk hoger was dan de ochtend. Eerst liep je langs een boomstam af en dan kwam je in de zwaardere stroming, het water kwam tot heuphoogte en de rotsen onder je voeten waren glad, maar gelukkig niet vlak. Wanneer je in het water zou vallen zou je een probleem kunnen hebben, maar de kans dat dat probleem vooral een nat pak was en een natte tas was vrij groot. Hoewel dat het geval leek te zijn is water af en toe net zo onvoorspelbaar als wat zich onder de sneeuw schuilhoudt, dus voor de zekerheid houd je je rugtas los op je rug, het is beter om hem kwijt te raken dan dat je tas vast blijft hangen en je onder water houdt. Aangezien de rotsen niet vlak waren kon je aan de kant waar de stroming tegen de rotsen aan ramt gaan staan zodat je in de stroming leunt. Dit maakte de oversteek een stuk minder risicovol. De tweede tak van de rivier had een boomstam schuin leunend tegen een boom aan de andere oever waarover je kon lopen. Vele deden dit, voor mij leek het me een onnodig risico, de stroming eronder was wellicht diep, maar breed en kalm. Na de oversteek kampeerden we al snel allen veilig aan de overkant aangekomen. De volgende dag liepen we langs de rivier omhoog en kwamen we aan bij een plek waar de rivier door de rotsen sneed.

Geweld, natuurgeweld het water ramt door de stenen alsof het ze weg wil duwen. Het water werpt zich omhoog en weer naar beneden alsof zwaartekracht geen rol speelt. Een dodelijke stroming die als een duizendtal watersproeiers door de stenen vallei werpt. Een vloeibare achtbaan van water raast naar beneden over de vlakke rotsen voordat het zichzelf in een stenen kuil werpt en zich opstuift met natuurlijk geweld dat de rotsen door de jaren heen zal slijpen en hervormen zodat het voor de aanschouwers van nu onherkenbaar zal worden wanneer ze na vele jaren terug zouden keren.

De volgende ochtend was het tijd om Mather Pass te beklimmen, op het begin zeer geleidelijk, maar dicht bij de top zeer stijl. Een muur van sneeuw ijs en steen, gelukkig waren er mensen voor mij de pas aan het bewandelen. Ver vooruit was Chatterbox, daarachter Teton en Phillip. Phillip was tegen deze tijd aardig verzwakt, helaas was hij slachtoffer geworden van een aantal dagen ongeduldige ontlasting (in Brabant beter bekend als racekak). Dit verzwakt je enorm en daarbij droogt het je ook flink uit. In deze stijle klim kwam ik iets zeer ongewoons tegen. Iets fladderde vlak langs mijn gezicht en bleef zich rondjes om me heen banen. Het was de een zwarte vlinder beschilderd met gele vlekken. Geen bijzonder zeldzame vlinder zover ik weet, maar om me heen was niets dan sneeuw. Een plek waar het zeer onwaarschijnlijk leek dat een vlinder daar zou kunnen overleven. Het was een van die onverwachte momenten die de natuur je brengt. Zo hoorden we al dagen een blazend geluid waarvan we geen idee hadden waar het vandaan kwam en we enkel konden gissen naar het dier dat het geluid creëerde en plots op een van de ochtenden stond er een soort bergfazant dat geluid te maken aan de rand van onze kampeerplek alsof het duidelijk wilde maken dat hij de trotse eigenaar van het geluid was. Dit soort momenten zijn momenten waar je eerder geen aandacht aan zou besteden of de bijzonderheid ervan niet zou herkennen. Een paar dagen in de wildernis veranderd je blik en dit soort momenten worden hoogtepunten, alsof de dagen er nog niet vol mee waren. Het kost niet alleen energie om te wandelen, maar het kost ook enorm veel energie om alles dat je meemaakt op te slaan.

Het is soms moeilijk om plekken van schoonheid te verlaten. Zittend aan een meer starend over het water met een uitzicht op een grandioze bergketen. Een vallei waar een groepje herten paradeerd terwijl je de kikker op de achtergrond hoort kwaken. Aan de rand van een berg waar je uitkijkt over de gehele vallei die met de gloed van de ondergaande zon wordt bestrijkt alsof het nog voor de laatste maal die dag alle overgebleven energie over de vlakte en de rotsen wil uitwerpen. Het is vreemd hoe zwaar het besluit om verder te gaan weegt. Wetend dat het zeer onwaarschijnlijk is dat je jezelf weer in dat moment zal bevinden. Ondanks dat je weet dat er nog vele zullen volgen koester je het moment dat je bij die ene bent en wil je die niet verlaten voor een ander.

Helaas is niet alles aan deze trip positief, Hoewel het positieve het negatieve met een enorme hoeveelheid overspoeld gebeuren er toch af en toe dingen die minder tof zijn. Het was de dag dat we langs Bishop Pass af zouden lopen en richting de top van Muir Pass zouden klimmen. De dag van de lang verwachte beslissing van Phillip om de trail tijdelijk te verlaten zijn diarree. Door over Bishop Pass te gaan kon hij naar het dorp liften. Een vervelend begin van de dag, maar niet onverwacht. Wij gingen met zijn vieren verder en drie van ons (Teton, Chatterbox en ikzelf) waren redelijk op tijd bij de top van de bergpas aangekomen bij de stenen hut die ter ere van John Muir was gebouwd. Terrance deed het al een paar dagen rustig aan dus waren we niet snel bezorgd, hij genoot duidelijk meer en meer van de dagen in de sierras. Maar na anderhalf uur werden we toch zeer onrustig en keken we of we hem ergens door de sneeuw zagen ploeteren. Niets te zien. We besloten om met twee mensen terug te gaan. Ik bleef na overleg op de bergpas en Chatterbox en Teton gingen naar benden. Buiten dat hun de meeste ervaring in de bergen hebben heeft Teton ook een Spot bij waarmee je een noodsignaal kan sturen. Met een rugtas gevuld met een slaapzak een goede hoeveelheid water en wat EHBO materiaal gingen ze naar beneden. Ik was graag een van degene geweest die naar beneden gingen, want wachten is vele malen vervelender. Na een tijd vol ongeduld kwamen de twee weer naar boven zonder Terrance. Hij had zich aan rotsen verwond, vermoedelijk omdat hij een onveilige route had genomen en was over Bishop Pass naar het dorp gegaan. Dat hij dit uit eigen kracht kon doen was een goed teken, maar wederom een herinnering dat de natuur onvoorspelbaar is en hoe comfortabel je je er ook in voelt je moet op je hoede blijven en liever het veilige lange pad kiezen dan een korter pad proberen te vinden. Ineens waren we nog maar met zijn drieën. We besloten te overnachten in de hut op de bergpas.

Na alle gebeurtenissen van de voorafgaande dag was de ochtend kalm en prachtig. Al vroeg waren we op pad hopend dat we de sneeuw konden passeren in de vroege ochtend waarin het nog ijzig was. Dit is vele malen fijner dan wanneer het zacht wordt en je door de sneeuw heen zakt. De enige dag zonder beklimming. Een lange maar prachtige dag. In een vallei bekleed met gras en rotsen, bomen vol met groen en leven ademend. Het mooie van het bewandelen van de sierras in deze tijd van het jaar is het enorme contrast waardoor je heen gaat. In de hoogte wordt je omringt door sneeuw en de eeuwige rotsen. Rotsen geschapen door de gletsjers die zich vele jaren geleden door het gebied bewogen. Rotsen op werpend alles uit de weg duwend om de dalen te bereiken. Weinig veranderd er in de hoogten, vier seizoenen verstrijken en de rotsen doet het weinig. In de vallei is het minder rustig, de vallei is jong en veranderlijk. Bomen zijn nieuw vergeleken met de rotsen en de oevers verplaatsen zich constant. Water raast voort en de dieren zijn er in overvloed. De zon voelt warm en brengt energie voor alles dat zich om je heen bevind.

Steentje in mijn schoen.
De meeste steentjes in je schoen zijn niet zo erg, op het eind van de dag schud je ze uit je schoen en ben je ze alweer vergeten. Je schoen heeft enkel gediend als openbaar vervoer, maar er zijn steentjes die vooral de vervelendste plekken in je schoenen goed weten te vinden. Zeker wanneer je net na een pauze weer begint te wandelen en een eenmaal op gang bent. Juist dan besluit een van deze vrolijke jongens om in je schoen te springen en zich lekker tussen je tenen te gaan nestelen. Je probeert met je tenen heen en weer te bewegen zodat je het steentje ergens weg kunt werken zodat je hem niet voelt. Dat lukt, maar het steentje geeft zich niet snel gewonnen want het is er een die houdt van aandacht. Een paar stappen verder kruipt hij weer tussen die zelfde tenen en probeer je zo lang mogelijk uit te stellen wat toch moet gebeuren. Het wordt weer tijd om je tas van je schouders te halen te gaan zitten en je schoen uit te doen. Eindelijk ben je verlost van het steentje. Maar wacht er zijn er meer…

Dit was mijn favoriete wandeling tot zo ver, zwaar, uitputtend en vol met uitdaging. Prachtig energie gevend en geestverlichtend. Een reis dat zich als een tattoage in je hersenen plant hopelijk niet vervangend door tijd. Vandaag zijn we nog in Mammoth Lakes om uit te rusten, maar morgen kan niet snel genoeg komen. Yosemite staat op ons te wachten en daarnaast nog vele andere belevenissen.

Vertigo

Na de pauze van 2 weken kwamen we weer aan bij Kennedy Meadows. Ieder had op zijn eigen manier gebruik gemaakt van de aafgelopen weken. Chatterbox was naar Alaska gegaan waar hij woont met zijn vrouw Seva, Princes Olaf was ook terug naar huis gegaan, voor hem was dit Seattle. Terrance en Phillip hadden geprobeerd om Oregon alvast te doen, wat binnen twee weken te doen is. Helaas voor hen lag er meer sneeuw dan in de Sierras en hadden ze uiteindelijk vooral veel op en neer gereisd en weinig kunnen wandelen. Bij aankomst in Kennedy Meadows zaten ze al op ons te wachten en dankzij David (vader van chatterbox) hadden wij een rechtstreekse lift (Teton, Princes Olaf, Chatterbox en ik). Een goede diverse groep om door de Sierras te gaan. Terwijl we onze tassen uit de auto haalden en ze klaarmaakten voor de komende 7 dagen wandelen was de spanning duidelijk aanwezig. Kennedy Meadows is een plek waar hikers even blijven hngen want het is het einde van de woestijn. Er waren zeker 30 hikers en we kenden geen een van allen. Onze groep was allemaal wat eerder begonnen om de grote groep voor te zijn. Nu lijkt het erop dat deze groep ons in onze tussenreis had ingehaald. Nadat we klaar waren met onze bepakking was het tijd om te vertrekken. Zo’n 5 mijl in kwamen we langs een kampeerterrein waar een trailregister was. Hierin schrijven de meeste hikers hun naam en zo kun je zien wie er voor je loopt. Onze angst om tussen een grote groep hikers te lopen werd daar al meteen weer getemperd, rond d 40 mensen waren langsgekomen waat neerkwam op ongeveer 10 hikers per dag. Veel mensem hebben waarschijnlijk geprobeerd naar het noorden te gaan om de sneeuw te ontwijken. De eerste dag was kort en we gingen al snel ergens kamperen. Het enige probleem die dag was de hoogte. We kwamen vanuit Oceanside/ San Diego wat zeeniveau is en waren in de eerste dag al naar 3 km hoogte gereden/gelopen. En samen met de warmte en de ongetraindheid ( in de afgelopen dagen veel gegeten en rondgehangen en op wat fietsen en een daghike na weinig intensiefs gedaan) was het geen makkelijke dag. Gelukkig hadden we het zeer goede idee om elke ochtend te starten met koffie die we verspreid hadden over de tassen zodat ieder een dag of twee aan filterkoffie droeg en samen met de outdoor filterkoffiehouder van Chatterbox konden we elke oxchtend beginnen met goede koffie.

De sneeuw begon wanneer we eenmaal een beetje hoger aan het wandelen waren. Het maakt het geheel een stuk zwaarder, maar het is ook zeker een onderdeel van de uitdaging en wij krijgen de kans om als een van de weinige de Sierras in deze witte staat te bewonderen. Overal zijn kleine stroompjes van water en soms hoor je ze onder de sneeuw waar je op loopt. Water zal gen probleem zijn in dit gebied en je hoeft ook bijna niets te filteren. Na een paar dagen wandelen en meer en meer sneeuw tegen te komen zijn je schoenen standaard doorweekt. Zolang de temperatuur blijft zoals hij is is dat geen probleem het maakt vooral je schoenen wat zwaarder.

Toen kwam de dag van Whitney. We hadden gekampeerd bij Crabtree Meadows wat zo’n 7,5 mijl van de top van Whitney was en nog ongeveer 1,3 km klimmen was. Het eerste gedeelte was langzaam omhoog klimmen. Het tweede gedeelte was zigzaggen en het laatste gedeelte was stijl.

Ik loop ergens tussen in de groep. Kan niet langer zien wie er voor of achter me loopt. Kan enkel nog kijken naar het smalle pad waar ik met kleine stappen doorheen probeer te lopen. Een van mijn wandelstokken gebruik ik om in de sneeuw naast me te steken en de andere lijkt nutteloos in de lucht te zweven, want links van mij is de grond te stijl en mijn wandelstok te kort om de grond te kunnen bereiken. Ik weet dat ik enorm vermoeid ben maar dat voel ik niet meer. Mijn hoofd bonkt en ik word langzaam duizeliger. Of dit van de hoogte is of van het het kijken in de diepte en het overconcentrere, geen idee. Na een aantal stukken langs een stijle wand van sneeuw te hebben gelopen werd het te veel voor mij. 300 meter klimmen voordat ik de top zou bereiken keerde ik om. Ik was een paar passen verwijderd van een plateau waar ik ging zitten op een steen zo ver mogelijk van de rand. Zo dichtbij, maar het leek te ver. Het lopen had me erg veel energie gekost en mijn spieren waren verkrampt. Ik had te veel in mijn wandelstokken geknepen en mijn benen waren contstant gespannen geweest. Maar fysieke vermoeidheid was niet het grootste probleem, mentaal zat ik er helemaal doorheen en ik kon niet langer langs een bergwand naar mijn voeten en het smalle pad blijven turen. Daar zittend begonnen mijn gedachten terug te keren en kon ik aan meer denken dan enkel de hoogte. Ik wilde graag de top halen, ik wilde het genoeg om na een tijdje alle emoties door mijn lichaam te laten vloeien ik ergens weer wat kracht vond om door te gaan. Een klein stukje verder passeerde ik een hiker die teruggekeerd was en nog even verdef kwam ik Phillip tegen die ook was omgekeerd. Zijn hoofd was aan het tollen omdat hij waarschijnlijk te snel was geklommen. Nog maar een paar honderd meter en we waren bij de top. Het laatste stuk was vlak en bracht me terug bij het genieten van de omgeving. Helaas hadden we geen uitzicht over de Mojave woestijn, dat gedeelte was bedekt met wolken. Aan de andere kant keken we over een groot gedeelte van de Sierras. Een majestueus gebied vol met bergtoppen en valleien, watervallen en bevroren meren. Contstant in beweging van een waterparadijs in de zomer, bebloemd en vol met leven tot een besneeuwd rijk in de winter wanneer alles slaapt en de stilte zich over dit grote gebied verspreid. Wij zitten er precies tussenin. Wij zijn hier om het ontwaken van de Sierras te aanschouwen en er onderdeel van uit te maken. Daar boven op Mount Whitney begon de energie weer terug te keren. Na 6 uur klimmen en daarvan een aantal in angst voor de diepte voelde het enorm goed daar te staan op de top van de hoogste berg van de zuiderlijke staten. De weg naar beneden was kort, we konden veel stukken sneeuw gebruiken als glijbaan en binnen twee uur waren we alweer bij de voet van wat een enorme uitdaging was geweest.

De dag daarna was niet veel makkelijkker. Het was de dag van Forrester Pass. Minder hoog dan de 14.500 voet hoge Whitney, maar met zijn 13.200 voet ook geen kleine wandwling. Daar komen vereiste al veel energie, want het was alsof je door een slushpuppy veld aan het lopen was. Meteen een goed leermoment om de volgende keer vroeger te starten zodat de sneeuw nog bevroren is. Ergens halverwege raakten we het pad kwijt en waren we tussen rotsen aan het klimmen. Dit was voor mij te veel om zelf aan te kunnen en gelukkig kwam Teton terug om mij erdoorheen te leiden. Als Alpenjongen heeft hij gelukkig veel ervaring met bergen. Om Forrester de dag na Whitney te doen was slopend en gelukkig was de wandeling van de dag daarna een makkelijke en dat bracht ons naar het dorp waar we nu zijn en nog even genieten van onze wandelloze dag tot we weer gaan vertrekken. Helaas is Princes Olaf gestopt met de trail vanwege persoonlijke redenen, wat betekend dat we nu met zijn 5en over zijn om het nieuwe 8 dagen gedeelte te trotseren.